395px

Mijn Betoverde Koninkrijk

João Paulo e Daniel

Meu Reino Encantado

Eu nasci num recanto feliz
Bem distante da povoação
Foi ali que eu vivi muitos anos
Com papai, mamãe e os irmãos
Nossa casa era uma casa grande
Na encosta de um espigão
Um cercado pra apartar bezerro
E ao lado um grande mangueirão

No quintal tinha um forno de lenha
E um pomar onde as aves cantavam
Um coberto pra guardar o pilão
E as traias que papai usava
De manhã eu ia no paiol
Um espiga de milho eu pegava
Debulhava e jogava no chão
Num instante as galinhas juntavam

Nosso carro de boi conservado
Quatro juntas de bois de primeira
Quatro cangas, dezesseis cansis
Encostados no pé da figueira
Todo sábado eu ia na vila
Fazer compras para semana inteira
O papai ia gritando com os bois
Eu na frente ia abrindo as porteiras

Nosso sítio que era pequeno
Pelas grandes fazendas cercado
Precisamos vender a propriedade
Para um grande criador de gado
E partimos pra a cidade grande
A saudade partiu ao meu lado
A lavoura virou colonião
E acabou-se o meu reino encantado

Hoje ali só existem três coisas
Que o tempo ainda não deu fim
A tapera velha desabada
E a figueira acenando pra mim
E por último marcou saudade
De um tempo bom que já se foi
Esquecido em baixo da figueira
Nosso velho carro de boi

Mijn Betoverde Koninkrijk

Ik werd geboren in een blije hoek
Ver weg van de bevolking
Daar heb ik vele jaren geleefd
Met papa, mama en de broers
Ons huis was een groot huis
Aan de helling van een heuvel
Een omheining voor het kalf
En daarnaast een grote schuur

In de tuin stond een houtoven
En een boomgaard waar de vogels zongen
Een schuur om de vijzel te bewaren
En de spullen die papa gebruikte
' s Ochtends ging ik naar de schuur
Een maïskolf nam ik mee
Ik ontdaan en gooide op de grond
In een oogwenk kwamen de kippen erbij

Onze goed onderhouden ossenkar
Vier koppels eerste klas ossen
Vier jukken, zestien harnassen
Geparkeerd onder de vijgenboom
Elke zaterdag ging ik naar het dorp
Boodschappen doen voor de hele week
Papa schreeuwde tegen de ossen
Ik ging voorop de poorten openmaken

Onze boerderij die klein was
Omringd door grote landerijen
We moesten het eigendom verkopen
Aan een grote veehouder
En we vertrokken naar de grote stad
De heimwee ging met me mee
De akker werd een kolonie
En mijn betoverde koninkrijk was voorbij

Vandaag zijn daar nog maar drie dingen
Die de tijd nog niet heeft vernietigd
De oude vervallen schuur
En de vijgenboom die naar me zwaait
En als laatste blijft de heimwee
Van een goede tijd die al voorbij is
Vergeten onder de vijgenboom
Onze oude ossenkar

Escrita por: Vicente F. Machado, Valdemar Reis