395px

Herinneringen van de '28'

Joca Martins

Recuerdos da "28"

De vez em quando quando boto a mão nos cobre
Não existe China pobre, nem garçom de cara feia
Eu sou de longe, onde chove e não goteia
Não tenho medo de potro, nem macho que compadreia

Boleio a perna e vou direto pro retoço
Quanto mais quente o alvoroço, muito mais me sinto afoito
E o chinaredo, que de muito me conhece
Sabe que pedindo desce, meu facão na "28"
Remancheio num boteco ali nos trilhos

Enquanto no bebedouro mato a sede do tordilho
Ouço mugindo o barulho da cordeona
E a velha porca rabona, retoçando no salão
Quem nunca falta é um índio curto e grosso
De apelido Pescoço, da rabona o querendão

Entro na sala no meio da confusão
Fico meio atarantado que nem cusco em procissão
Quase sempre chego assim meio com sede
Quebro o meu chapéu na testa de beijar santo em parede
E num relance se eu não vejo alguém de farda eu grito
Me serve um liso daquela que mata o guarda

Guardo o trabuco empanturrado de bala
Meu facão, chapéu e pala e com licença, vou dançar
Nestes fandangos, levo a guaiaca recheada
Danço com a melhor China, que me importa de pagar
O meu cavalo, deixo atado no palanque

Só não quero que ele manque quando terminar a farra
A milicada sempre vem fora de hora
Mas eu saio porta afora, só quero ver quem me agarra
Desde piazito, a polícia não espero
Se estoura a reboldosa, me tapo de quero-quero

Herinneringen van de '28'

Af en toe als ik mijn hand op de dekens leg
Bestaat er geen arme Chinees, of een ober met een zuur gezicht
Ik kom van ver, waar het regent en niet druppelt
Ik ben niet bang voor een hengst, of een macho die zich voordoet

Ik schud mijn benen en ga recht naar de feestvreugde
Hoe warmer de opwinding, hoe meer ik me opgewonden voel
En de Chinees, die me goed kent
Weet dat als ik vraag, mijn mes op de '28' komt
Ik hang rond in een kroeg daar bij de sporen

Terwijl ik bij de drinkbak mijn dorst van de hengst les
Hoor ik het gebulder van de accordeon
En de oude zeug die zich vermaakt in de zaal
Wie er nooit ontbreekt is een korte, stevige indiaan
Met de bijnaam Nek, die de zeug graag wil

Ik kom de zaal binnen midden in de chaos
Ik voel me een beetje verward, als een hond in een optocht
Bijna altijd kom ik zo binnen met dorst
Ik breek mijn hoed op het voorhoofd van een heilige aan de muur
En in een flits, als ik niemand in uniform zie, roep ik
Geef me een shot van diegene die de agent omlegt

Ik houd mijn geweer vol met kogels
Mijn mes, hoed en sjerp, en met toestemming, ga ik dansen
In deze fandangos, neem ik de guaiaca vol
Ik dans met de beste Chinees, wat maakt het uit om te betalen
Mijn paard laat ik vastgebonden bij het podium

Ik wil alleen niet dat hij mank wordt als het feest voorbij is
De milities komen altijd op het verkeerde moment
Maar ik ga de deur uit, ik wil alleen zien wie me tegenhoudt
Sinds ik een jochie was, verwacht ik de politie niet
Als de chaos uitbreekt, verstop ik me als een klapekster

Escrita por: Knelmo Amado Alves, Chico Alves