Coplas Del Payador Perseguido
Con su permiso voy a dentrar
Aunque no soy convida'o
Pero en mi pago un asa'o
No es de naides y es de todos
Yo voy a cantar a mi modo
Después que haya churrasquea'o
Yo sé que muchos dirán
Que peco de atrevimiento
Si largo mi pensamiento
Pa'l rumbo que ya elegí
Pero siempre ha sido así
Galopiador contra el viento
La sangre tiene razones
Que hacen engordar las venas
Penas sobre pena y penas
Hacen que uno pegue el grito
La arena es un puñadito
Pero hay montañas de arena
No sé si mi canto es lindo
O si saldrá medio triste
Nunca fui zorzal ni existe
Plumaje más ordinario
Yo soy pájaro corsario
Que no conoce el alpiste
Vuelo porque no me arrastro
Que el arrastrarse es la ruina
Anido en árbol de espina
Lo mesmo que en cordillera
Sin escuchar las zonceras
Del que vuela a lo gallina
No me arrimo así nomás
A los jardines floridos
Sin querer vivo advertido
Pa' no pisar el palito
Hay pájaros que solitos
Se entrampan por presumidos
Aunque mucho he traqueteado
No me engrilla la prudencia
Es una falsa experiencia
Vivir temblándole a todo
Cada cual tiene su modo
La rebelión es mi ciencia
Yo soy de los del montón
No soy flor de invernadero
Igual que el trébol campero
Crezco sin hacer barullo
Me apreto contra los yuyos
Y así lo aguanto al pampero
Acostumbrado a las sierras
Yo nunca me sé marear
Y si me siento alabar
Me voy yendo despacito
Pero aquel que es compadrito
Paga pa' hacerse nombrar
Si me dicen señor
Agradezco el homenaje
Más soy gaucho entre el gauchaje
Y soy nadie entre los sabios
Y son para mi los agravios
Que le hagan al paisanaje
La vanidad es yuyo malo
Que envenena toda huerta
Es preciso estar alerta
Manejando el asadón
Pero no falta el varón
Que la riega hasta en su puerta
El trabajo es cosa buena
Es lo mejor de la vida
Pero la vida es perdida
Trabajando en campo ajeno
Unos trabajan de trueno
Y es parotros la llovida
El estanciero presume
De gauchismo y arrogancia
El cree que es estravagancia
Que su pión viva mejor
Más no sabe ese señor
Que por su pión tiene estancia
El que tenga sus reales
Hace muy bien en cuidarlos
Pero si quiere aumentarlos
Que a la ley no se haga el sordo
Que en todo puchero gordo
Los choclos se vuelven marlos
Yo vengo de muy abajo
Y muy arriba no estoy
Al pobre mi canto doy
Así lo paso contento
Porque estoy en mi elemento
Y ahí valgo por lo que soy
Cantor que cante a los pobres
Ni muerto se ha de callar
Pues ande vaya a parar
El canto de ese cristiano
No ha de faltar el paisano
Que lo haga resucitar
Si alguna vuelta he cantado
Ante panzudos patrones
He picaneado las razones
Profundas del pobrerío
Yo no traiciono a los míos
Por palmas ni patacones
Si uno canta coplas de amor
De potros, de domador
Del cielo y las estrellas
Dicen; que cosa más bella
Si canta que es un primor
Pero si uno como fierro
Por ahí se larga opinando
El pobre se va acercando
Con las orejas alertas
Y el rico bicha la puerta
Y se aleja reculando
Tal vez, alguien haya rodado
Tanto como rodé yo
Pero le juro, créamelo
Que he visto tanta pobreza
Que yo pensé con tristeza
"Dios por aquí y no paso"
Nadie podrá señalarme
Que canto por amargao
Si he pasado las que he pasado
Quiero servir de alvertencia
El rodar no será cencia
Pero tampoco es pecado
Amigos voy a dejarlos
Está mi parte cumplida
En la forma preferida
De una milonga pampeana
Canté de manera llana
Ciertas cosas de la vida
Ahora me voy no sé a dónde
Pa mí todo rumbo es bueno
Los campos con ser ajenos
Los cruzo de un galopito
Guarida no necesito
Yo se dormir al sereno
Y aunque me quiten la vida
O engrillen mi libertad
O aunque chamusquen quizá
Mi guitarra en los fogones
Han de vivir mis canciones
En el alma de los demás
No me nuembren que es pecao
Y no comenten mis trinos
Yo me voy con mi destino
Pa'l lao donde Sol se pierde
Tal vez alguno se acuerde
Que aquí canto un argentino
Coplas Van de de Gejaagde Payador
Met uw toestemming ga ik binnen
Ook al ben ik niet uitgenodigd
Maar in mijn streek is een brand
Die van niemand is en van iedereen
Ik ga op mijn manier zingen
Nadat het vlees is gebraden
Ik weet dat velen zullen zeggen
Dat ik te brutaal ben
Als ik mijn gedachten deel
Voor de richting die ik al gekozen heb
Maar zo is het altijd geweest
Een ruiter tegen de wind
Het bloed heeft redenen
Die de aderen doen zwellen
Pijn op pijn en meer pijn
Doen je schreeuwen van binnen
Het zand is een handvol
Maar er zijn bergen zand
Ik weet niet of mijn zang mooi is
Of dat het een beetje treurig klinkt
Ik was nooit een nachtegaal en er bestaat
Geen ordinaire veren
Ik ben een piratenvogel
Die geen zaad kent
Ik vlieg omdat ik me niet sleur
Want sleuren is de ondergang
Ik nestel in een doornboom
Net zoals in de bergen
Zonder te luisteren naar de onzin
Van degene die als een kip vliegt
Ik kom niet zomaar dichterbij
Bij de bloeiende tuinen
Onbewust ben ik gewaarschuwd
Om niet op de tak te trappen
Er zijn vogels die alleen
In de val lopen door hun trots
Ook al heb ik veel gezworven
De voorzichtigheid houdt me niet tegen
Het is een valse ervaring
Om te leven met angst voor alles
Iedereen heeft zijn manier
De rebellie is mijn wetenschap
Ik ben van de gewone mensen
Ik ben geen kasplantje
Net als het veldklaver
Groei ik zonder veel lawaai
Ik druk me tegen het onkruid
En zo houd ik de pampero vol
Gewend aan de bergen
Word ik nooit duizelig
En als ik me laat prijzen
Ga ik langzaam weg
Maar degene die zich als een vriend gedraagt
Betaalt om genoemd te worden
Als ze me meneer noemen
Ben ik dankbaar voor de eer
Maar ik ben een gaucho tussen de gaucho's
En ik ben niemand tussen de wijzen
En de beledigingen
Die ze aan de landgenoten geven, zijn voor mij
De ijdelheid is een slecht onkruid
Dat elke tuin vergiftigt
Het is nodig om alert te zijn
Met de schoffel in de hand
Maar er ontbreekt niet de man
Die het zelfs voor zijn deur water geeft
Werken is iets goeds
Het is het beste in het leven
Maar het leven is verloren
Als je op andermans land werkt
Sommigen werken als donderslag
En voor anderen is het de regen
De landeigenaar pronkt
Met gauchisme en arrogantie
Hij denkt dat het extravagant is
Dat zijn knecht beter leeft
Maar die man weet niet
Dat hij zijn knecht in de herberg heeft
Degene die zijn centen heeft
Doet er goed aan ze te beschermen
Maar als hij ze wil vergroten
Moet hij niet doof zijn voor de wet
Want in elke dikke pot
Worden de maïsbonen schraal
Ik kom van heel ver
En ik ben niet zo hoog
Ik geef mijn zang aan de armen
Zo ga ik gelukkig verder
Omdat ik in mijn element ben
En daar tel ik voor wie ik ben
Zanger die voor de armen zingt
Zal zelfs dood niet zwijgen
Want waar hij ook terechtkomt
Zal het lied van die christen
Niet ontbreken, de landgenoot
Die het weer tot leven brengt
Als ik een keer heb gezongen
Voor de dikke bazen
Heb ik de diepe redenen
Van de armen aangestoken
Ik verraad mijn mensen niet
Voor applaus of geld
Als iemand liefdesliederen zingt
Over veulens, over een trainer
Over de lucht en de sterren
Zeggen ze: wat een mooie zaak
Als hij zingt dat het een wonder is
Maar als iemand als een ijzer
Daar zijn mening geeft
Komt de arme dichterbij
Met zijn oren gespitst
En de rijke kijkt naar de deur
En trekt zich terug
Misschien is er iemand gevallen
Zoveel als ik ben gevallen
Maar ik zweer het u, geloof me
Dat ik zoveel armoede heb gezien
Dat ik met verdriet dacht
"God, hier kom ik niet door"
Niemand kan me beschuldigen
Dat ik zing uit bitterheid
Als ik heb doorgemaakt wat ik heb doorgemaakt
Wil ik een waarschuwing geven
Het vallen is geen zonde
Maar het is ook geen zonde
Vrienden, ik ga jullie verlaten
Mijn deel is gedaan
Op de manier die ik het liefst heb
Van een pampeaanse milonga
Zong ik op een eenvoudige manier
Bepaalde dingen van het leven
Nu ga ik weg, ik weet niet waarheen
Voor mij is elke richting goed
De velden, hoewel ze niet van mij zijn
Kruis ik met een galopje
Ik heb geen schuilplaats nodig
Ik weet hoe ik in de open lucht moet slapen
En hoewel ze me het leven afnemen
Of mijn vrijheid in ketens leggen
Of misschien mijn gitaar verbranden
In de vuren
Zullen mijn liederen blijven leven
In de zielen van anderen
Noem me niet een zonde
En commentarieer mijn gezang niet
Ik ga met mijn bestemming
Naar de plek waar de zon ondergaat
Misschien herinnert iemand zich
Dat hier een Argentijn zingt