La Infidelidad de La Era Informatica
Aquel mensaje que no debió haber leído
Aquel botón que no debió haber pulsado
Aquel consejo torpemente desoído
Aquel espacio, era un espacio privado.
Pero no tuvo ni tendrá la sangre fría,
Ni la mente clara y calculadora,
Y aún creyendo saber en lo que se metía
Abrió una tarde aquella caja de pandora.
Y la obsesión
Desencripta lo críptico
Viola lo mágico
Vence a la máquina;
Y tarde o temprano
Nada es secreto
En los vericuetos
De la informática.
Leyó a mordiscos en un lapso clandestino
Tragando aquel dolor que se le atragantaba,
Sintiendo claramente el riesgo, el desatino
De la pendiente aquella en la que se deslizaba.
Y en tres semanas que parecieron años
Perdió las ganas de dormir y cinco kilos,
Y en flashbacks de celos aún siguen llegando
Las frases que nunca debió haber leído.
Y en esa espiral
La lógica duerme,
Lo atávico al fin
Sale del reposo;
Y no hay contraseña,
Prudencia, ni pin,
Que aguante el embate
De un cracker celoso.
De Ontrouw in het Informat tijdperk
Die boodschap die hij niet had moeten lezen
Die knop die hij niet had moeten indrukken
Dat advies dat hij domweg negeerde
Die ruimte, het was een privéruimte.
Maar hij had niet de koele bloed,
Of de heldere, berekenende geest,
En zelfs denkend te weten waar hij in terechtkwam
Opende hij op een middag die doos van Pandora.
En de obsessie
Ontcijfert het cryptische
Schendt het magische
Verslaat de machine;
En vroeg of laat
Is niets geheim
In de kronkels
Van de informatica.
Hij las met happen in een clandestiene periode
En slikte die pijn die hem verstikte,
Voelend duidelijk het risico, de dwaasheid
Van die helling waar hij naar beneden gleed.
En in drie weken die jaren leken
Verloor hij de zin om te slapen en vijf kilo,
En in flashbacks van jaloezie blijven nog steeds komen
De zinnen die hij nooit had moeten lezen.
En in die spiraal
Slaapt de logica,
Het atavistische komt eindelijk
Uit zijn rust;
En er is geen wachtwoord,
Voorzichtigheid, of pin,
Die de aanval kan weerstaan
Van een jaloerse cracker.