Movimiento
Apenas nos pusimos en dos pies
Comenzamos a migrar por la sabana
Siguiendo la manada de bisontes
Más allá del horizonte, a nuevas tierras lejanas
Los niños a la espalda y expectantes
Los ojos en alerta, todo oídos
Olfateando aquel desconcertante
Paisaje nuevo, desconocido
Somos una especie en viaje
No tenemos pertenencias, sino equipaje
Vamos con el polen en el viento
Estamos vivos porque estamos en movimiento
Nunca estamos quietos
Somos trashumantes, somos
Padres, hijos, nietos y bisnietos de inmigrantes
Es más mío lo que sueño que lo que toco
Yo no soy de aquí, pero tú tampoco
Yo no soy de aquí, pero tú tampoco
De ningún lado del todo y, de todos
Lados un poco
Atravesamos desierto, glaciares, continentes
El mundo entero de extremo a extremo
Empecinados, supervivientes
El ojo en el viento y en las corrientes
La mano firme en el remo
Cargamos con nuestras guerras
Nuestras canciones de cuna
Nuestro rumbo hecho de versos
De migraciones, de hambrunas
Y así ha sido desde siempre, desde el infinito
Fuimos la gota de agua, viajando en el meteorito
Cruzamos galaxias, vacío, milenios
Buscábamos oxígeno, encontramos sueños
Apenas nos pusimos en dos pies
Y nos vimos en la sombra de la hoguera
Escuchamos la voz del desafío
Siempre miramos al río, pensando en la otra rivera
Somos una especie en viaje
No tenemos pertenencias, sino equipaje
Nunca estamos quietos, somos trashumantes
Somos padres, hijos, nietos y bisnietos de inmigrantes
Es más mío lo que sueño, que lo que toco
Yo no soy de aquí, pero tú tampoco
Yo no soy de aquí, pero tú tampoco
De ningún lado del todo y, de todos
Lados un poco
Los mismo con las canciones
Los pájaros, los alfabetos
Si quieres que algo se muera
Déjalo quieto
Beweging
Zodra we op twee voeten stonden
Begonnen we te migreren door de savanne
Volgend de kudde van bizons
Voorbij de horizon, naar nieuwe verre landen
De kinderen op de rug, vol verwachting
De ogen alert, alles oren
Snuffelend aan dat verwarrende
Nieuwe, onbekende landschap
We zijn een soort op reis
We hebben geen bezittingen, alleen bagage
We gaan met de pollen in de lucht
We leven omdat we in beweging zijn
We zijn nooit stil
We zijn nomaden, we zijn
Vaders, zonen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van immigranten
Wat ik droom is meer van mij dan wat ik aanraak
Ik kom hier niet vandaan, maar jij ook niet
Ik kom hier niet vandaan, maar jij ook niet
Van nergens helemaal en, van overal
Een beetje overal
We doorkruisen woestijnen, gletsjers, continenten
De hele wereld van het ene naar het andere uiterste
Vastberaden, overlevenden
Het oog op de wind en de stromingen
De hand stevig aan de riem
We dragen onze oorlogen
Onze wiegeliedjes
Onze koers gemaakt van verzen
Van migraties, van hongersnoden
En zo is het altijd geweest, sinds het oneindige
We waren de druppel water, reizend in de meteoriet
We kruisten sterrenstelsels, leegte, millennia
We zochten zuurstof, vonden dromen
Zodra we op twee voeten stonden
En zagen we ons in de schaduw van het vuur
Hoorden we de stem van de uitdaging
Altijd kijkend naar de rivier, denkend aan de andere oever
We zijn een soort op reis
We hebben geen bezittingen, alleen bagage
We zijn nooit stil, we zijn nomaden
We zijn vaders, zonen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van immigranten
Wat ik droom is meer van mij dan wat ik aanraak
Ik kom hier niet vandaan, maar jij ook niet
Ik kom hier niet vandaan, maar jij ook niet
Van nergens helemaal en, van overal
Een beetje overal
Hetzelfde met de liedjes
De vogels, de alfabetten
Als je wilt dat iets sterft
Laat het dan met rust