De Nuevo En El Arpa
Bien señores, el guerrero está de nuevo en el arpa
Inspirado como siempre y con la misma garganta
En términos más o menos, ni muy baja, ni muy alta
Pero si con un gustico pegao' en la consonancia
O sea que la melodía le cae a la oreja grata
Será porque tiene un trinol como el de la paraulata
De turpial y de arrendajo, germida en la rama gacha
Y un lamento de carrao cuando el verano se chanta
Aquí estoy atrincherao' sobre la cuerda amaranta
Con el fusil de mi verso con guaimaro hasta la cacha
Para seguir en batalla, por esta bonita causa
A pesar de que hay un grupo que alegres hacían comparsa
Y ponían bailes diciendo ya el guerrerito no canta
Así, sin tomar en cuenta lo apretado de mi marcha
Llevando el folklore llanero a lo ancho y largo e' la patria
Deberían considerar que uno es humano y se cansa
No entiendo por qué motivo me quieren cargar de arrastra
Será que les duele mucho lo que mi música alcanza
Y que culpa tengo yo que hay gente que me idolatra
Porque mi forma de ser a muchos le cae en gracia
Al viejito a la viejita al muchacho a la muchacha
Al criollito de los llanos y al sifrinito en caracas
En occidente al zuliano donde se impone la gaita
En el oriente lejano donde el galeron resalta
Poray voy hacia mi meta, con serenidad y templanza
Entre alegrías y pesares guerrero avanza y avanza
Y eso que a mí los descreditos me llegan como avalancha
Pero esas malas tormentas, no me tumban de mi hamaca
Porque yo llevo el soporte de Dios y la virgen santa
Pa' lante es pa' allá muchacho que el tiempo no da revancha
Firme voy hacia el futuro con mi escudo y con mi lanza
Porque a mí los golpes duros me animan y me agigantan
Y aquí vine a demostrarles que mi pollo tiene raza
Y que cuando mete el pico da con la espuela y remata
Hay que ver y comprender la fuerza de mi esperanza
La que me hace mantener la fe y la perseverancia
Yo soy de los que se caen, pero ahí mismo se levantan
Por eso voy en la vida entre amores y añoranzas
Coleccionando los golpes que me han dado las ingratas
Que son la materia prima, de temas que dan es lástima
Bien porque mis sentimientos no aceptan lo que me pasa
Y eso hace que no me olvide de los tiempos de mi infancia
Por allá en Caribe rojo después de soltar las vacas
Me sentaba con un cuatro solito en la puerta e' tranca
A contarle mi tristeza a esa llanura tan amplia
Por eso de mis raíces, nunca me obliguen, me apartan
Cuje, cuje mi perrito que allá en esa cueva hay lapa
Vamos con Dios, marineros, por el río de la confianza
Achique usted la canoa que yo jalo la palanca
Y el que valla de patrón que se arrime a la barranca
Porque si se llena de agua se nos puede hundí la barca
Y ahí si es verdad camarita, que nos traga la desgracia
Repito estas expresiones porque las decía mi taita
Y hoy para mí son lecciones mi pergamino y mi carta
Siempre cargo un buen sombrero que identifica mi estampa
Y un acentico montuno que donde voy me delata
Será porque soy veguero de aquellos que no les falta
Un topochal y un maicito yuquita ocumo y batata
Un marrano en un chiquero y unas cuatro vacas mansas
Un caballo mansitico ensillao' bajo una mata
Comiendo pasto picao con guarapito e' melaza
Una soga suavecita pa' las reses cachilapas
Un cuchillo y un chaparro, buenos chumbos y una gasa
El pote e' mata gusano y una sierra pega e' plata
Un freno mantecaleño, buenas riendas y una hakeeman
Con el frontal adornao', de puros medios de plata
La maseta de encascar, el ansiar y la camaza
El suadero, las amudas, el revolver y una manta
Un morral de cuero tieso con el martillo y las grapas
El plato en el que yo como es una concha e' galapaga
Allá en mi rancho llanero se sabe cuando se mata
Porque mira en el patio el cuero rodeao' de estaca
En el almuerzo el sancocho de hueso picao' con hacha
Si no un mondongo cuajao' con tripa, librillo y pata
En la cena una carnita guisa con arroz y pasta
Un perro viejo bien harto durmiendo bajo una parcha
Res vara de tasajera goteándole la sanguasa
Y los zamuros volando por encima de la casa
Por eso estoy orgulloso, de ser hijo de estas pampas
El apure legendario salón cuartiao y de casta
Y el que quiera comprender el porqué mis remembranzas
Lo que tiene es que ir a elorza lo más criollito del mapa
Y una vez que haya cruzao el puente sobre el arauca
Llegue al rincón del veguero que queda cerca e' la plaza
O al paseo alma llanera que comienza en la farmacia
Allí se baña el joropo entre resaca y resaca
Y se consigue en los kioscos agenme de garrapata
Poray me la paso yo entre copla y caña blanca
O si no allá en la caseta hundida en mi serenata
Que es allí donde el turista sus buenos momentos pasa
Compartiendo con el criollo lo siente su idiosincrasia
Viendo bebiendo y comiendo, grita, aplaude, brinca y salta
Ya me despido contento pero les dejo constancia
Que el guerrero del folklore está de nuevo en el arpa
De Nieuwe Op De Harp
Luister goed, de strijder is weer op de harp
Geïnspireerd zoals altijd en met dezelfde stem
In meer of mindere mate, niet te laag, niet te hoog
Maar met een lekker ritme dat in de klank past
Oftewel, de melodie valt prettig in het oor
Dat komt omdat hij een triller heeft zoals de zangvogel
Van turpial en arrendajo, gegroeid op de kromme tak
En een klaagzang van carrao als de zomer zich aandient
Hier ben ik, verscholen op de paarse snaar
Met het geweer van mijn vers, met guaimaro tot aan de kolf
Om door te gaan in de strijd, voor deze mooie zaak
Ondanks dat er een groep is die vrolijk een dansje maakt
En zegt dat de kleine strijder niet meer zingt
Zo, zonder rekening te houden met de drukte van mijn pas
Breng ik de llanero folklore wijd en diep door het vaderland
Ze zouden moeten overwegen dat ik ook maar een mens ben en moe word
Ik begrijp niet waarom ze me willen belasten
Zou het zijn dat het ze veel pijn doet wat mijn muziek bereikt
En wat kan ik eraan doen dat er mensen zijn die me vereren
Omdat mijn manier van zijn velen aanspreekt
De oude man, de oude vrouw, de jongen, het meisje
De criollo van de vlaktes en de sifrinito in Caracas
In het westen de zuliano waar de gaita heerst
In het verre oosten waar de galeron opvalt
Daar ga ik naar mijn doel, met sereniteit en vastberadenheid
Tussen vreugde en verdriet, gaat de strijder verder en verder
En dat terwijl de afkeuringen als een lawine op me afkomen
Maar die slechte stormen, die doen me niet van mijn hangmat vallen
Want ik heb de steun van God en de heilige maagd
Vooruit is waar we heen gaan, jongen, want de tijd geeft geen genade
Vastberaden ga ik naar de toekomst met mijn schild en mijn lans
Want harde klappen maken me sterker en groter
En hier ben ik om jullie te laten zien dat mijn kip ras heeft
En dat wanneer hij zijn snavel steekt, hij met de sporen afmaakt
Je moet de kracht van mijn hoop zien en begrijpen
Die me doet volhouden in geloof en doorzettingsvermogen
Ik ben van degenen die vallen, maar meteen weer opstaan
Daarom ga ik door het leven tussen liefde en verlangen
Verzamelend de klappen die ik heb gekregen van de ondankbaren
Die zijn de grondstof voor de thema's die medelijden oproepen
Wel omdat mijn gevoelens niet accepteren wat me overkomt
En dat zorgt ervoor dat ik de tijden van mijn kindertijd niet vergeet
Daar in het rode Caribisch gebied, na het loslaten van de koeien
Zat ik met een vier-snarige gitaar alleen bij de deur
Om mijn verdriet te vertellen aan die uitgestrekte vlakte
Daarom, van mijn wortels, laat me niet verplichten, laat me niet apart
Cuje, cuje mijn hondje, want daar in die grot is een lapa
Laten we met God gaan, zeelieden, over de rivier van vertrouwen
Verlaag de kano, want ik trek aan de hendel
En degene die als kapitein gaat, moet naar de oever komen
Want als hij vol water raakt, kan onze boot zinken
En dan is het waar, maatje, dat het ongeluk ons opslokt
Ik herhaal deze uitdrukkingen omdat mijn vader ze zei
En vandaag zijn ze voor mij lessen, mijn perkament en mijn brief
Ik draag altijd een goede hoed die mijn stempel identificeert
En een accent dat me verraadt waar ik ook ga
Zou het zijn omdat ik een veguero ben van degenen die niets tekortkomen
Een topochal en een maïs, yucca, ocumo en bataat
Een varken in een hok en een paar tamme koeien
Een rustig paard gezadeld onder een boom
Dat gras eet met guarapito van melasse
Een zacht touw voor de cachilapas
Een mes en een chaparro, goede schoten en een gaas
De pot van de wormen en een zaag van zilver
Een bit van mantecaleño, goede teugels en een hakeeman
Met de voorkant versierd, van puur zilver
De maseta van encascar, de ansiar en de camaza
De suadero, de amudas, de revolver en een deken
Een leren tas met de hamer en de nietjes
Het bord waarop ik eet is een schelp van galapaga
Daar in mijn llanero ranch weet men wanneer men slacht
Want kijk in de binnenplaats, het vel omringd door palen
Bij de lunch de sancocho van bot met een bijl
Of een mondongo met ingewanden, librillo en poot
Bij het avondeten een stukje vlees gestoofd met rijst en pasta
Een oude hond, goed vol, die slaapt onder een parcha
Een tas van tasajera die bloed lekt
En de zamuros die boven het huis vliegen
Daarom ben ik trots om een kind van deze vlaktes te zijn
De legendarische Apure, een salon cuartiao en van ras
En wie wil begrijpen waarom mijn herinneringen
Moet naar Elorza gaan, het meest criollo van de kaart
En zodra hij de brug over de Arauca is overgestoken
Kom bij de hoek van de veguero die dicht bij het plein ligt
Of naar de alma llanera promenade die begint bij de apotheek
Daar baadt de joropo tussen de kater en de kater
En je vindt in de kiosken agenme van garrapata
Daar breng ik mijn tijd door tussen copla en witte suikerriet
Of anders daar in de hut, verzonken in mijn serenade
Want daar is waar de toerist zijn goede momenten doorbrengt
Deel met de criollo, voelt zijn idiosyncrasie
Kijkend, drinkend en etend, schreeuwt, applaudisseert, springt en danst
Ik neem afscheid, blij, maar laat jullie een bewijs achter
Dat de strijder van de folklore weer op de harp is.