395px

Pal Abrojal

Jose Carbajal

Pal Abrojal

El domingo llegó
Olvidándose el Sol
Y en el rancho el Macario
Retumba y retumba
Guitarra y cantor
A un rincón el fogón
Donde el flaco Martín
Va dorando las tortas
Que a muchos bolsillos
Pelados dejó

La chamarra es pueblo
Pueblo de verdad
Nació en el baldío
Bajo el abrojal
Trote que trota
Y salta de boca en boca
Son muchas manos que ya la tocan
Se hace lenguaje de la amistad
Trote corto y parejo
Sobre los tientos
Se desparrama a los cuatro vientos
Más siempre vuelve pa'l abrojal

El Pollito le dio'
Un insulto al Finao
Porque en el mate dulce
Ya van pa diez vueltas
Lo deja colgao
El Compadre medio'
Proponiendo la paz
Y ahora anda preguntando
Si adrento e' la oreja
Tiene un Manganga'

La chamarra es pueblo
Pueblo de verdad
Nació en el baldío
Bajo el abrojal
Trote que trota
Y salta de boca en boca
Son muchas manos que ya la tocan
Se hace lenguaje de la amistad
Trote corto y parejo
Sobre los tientos
Se desparrama a los cuatro vientos
Más siempre vuelve pa'l abrojal

Pegadito al candil
El Macario ha copao
Y se manda unas cuecas
Que al más embustero
Lo deja doblao
El Lucianito cayó
Bastantito adobao
Cantando Tacuruses
Y alguna de López
Se le ha entreverao

La chamarra es pueblo
Pueblo de verdad
Nació en el baldío
Bajo el abrojal
Trote que trota
Y salta de boca en boca
Son muchas manos que ya la tocan
Se hace lenguaje de la amistad
Trote corto y parejo
Sobre los tientos
Se desparrama a los cuatro vientos
Más siempre vuelve pa'l abrojal

El domingo llegó
Con agüita de Dios
Tortafrita con mate
Y en cualquier agujero
Se ríe señor
El domingo se fue
Y los mozos también
Solo quedan las cuerdas
Templando este trote
Recuerdos de ayer

La chamarra es pueblo
Pueblo de verdad
Nació en el baldío
Bajo el abrojal
Trote que trota
Y salta de boca en boca
Son muchas manos que ya la tocan
Se hace lenguaje de la amistad
Trote corto y parejo
Sobre los tientos
Se desparrama a los cuatro vientos
Más siempre vuelve pa'l abrojal

Pal Abrojal

De zondag is gekomen
Vergeet de zon
En in de boerderij de Macario
Dondert en dondert
Gitaar en zanger
Naar een hoek het vuur
Waar de magere Martín
De pannenkoeken bakt
Die veel zakken
Leeg achterliet

De chamarra is het volk
Echt volk
Geboren in de braakliggende grond
Onder de abrojal
Stap die stapt
En van mond tot mond springt
Er zijn veel handen die het al bespelen
Het wordt de taal van vriendschap
Korte en gelijke stap
Over de touwen
Verspreidt zich naar de vier windstreken
Maar komt altijd terug naar de abrojal

De Pollito gaf
Een belediging aan de Finao
Omdat in de zoete mate
Al bijna tien rondes zijn
Hij laat het hangen
De Compadre half
Stelt de vrede voor
En nu vraagt hij
Of er binnen in het oor
Een Manganga is

De chamarra is het volk
Echt volk
Geboren in de braakliggende grond
Onder de abrojal
Stap die stapt
En van mond tot mond springt
Er zijn veel handen die het al bespelen
Het wordt de taal van vriendschap
Korte en gelijke stap
Over de touwen
Verspreidt zich naar de vier windstreken
Maar komt altijd terug naar de abrojal

Dichtbij de lamp
Heeft de Macario het overgenomen
En hij doet een paar cuecas
Die zelfs de grootste leugenaar
Dubbel laat vallen
De Lucianito viel
Best wel wat adobo
Zingend Tacuruses
En een van López
Is er tussendoor gekomen

De chamarra is het volk
Echt volk
Geboren in de braakliggende grond
Onder de abrojal
Stap die stapt
En van mond tot mond springt
Er zijn veel handen die het al bespelen
Het wordt de taal van vriendschap
Korte en gelijke stap
Over de touwen
Verspreidt zich naar de vier windstreken
Maar komt altijd terug naar de abrojal

De zondag is gekomen
Met water van God
Pannenkoek met mate
En in elk gaatje
Lacht de heer
De zondag is gegaan
En de jongens ook
Alleen de snaren blijven
Dit ritme aansteken
Herinneringen van gisteren

De chamarra is het volk
Echt volk
Geboren in de braakliggende grond
Onder de abrojal
Stap die stapt
En van mond tot mond springt
Er zijn veel handen die het al bespelen
Het wordt de taal van vriendschap
Korte en gelijke stap
Over de touwen
Verspreidt zich naar de vier windstreken
Maar komt altijd terug naar de abrojal

Escrita por: José Carbajal / José Carbajal (El Sabalero)