El Escultor Y Ella
Tenía una ventana al cielo
por donde entraba el sol
y alguna golondrina
buscando donde hacer su nido
sobre la mesa
tabaco y soledad
y entre sus manos
barro y corazón
en el tejado viento
y sobre el plinto ella
Estribillo
Sus manos se deslizan
por la arcilla
modelándola y sintiendo su humedad
cada pliegue de su cuerpo
debe ser como el la quiso imaginar
su sonrisa leve
su mirada
de profunda soledad
Tendrá los brazos
de una bailarina
y su cuerpo
tan desnudo como el mar
Se sonríe cuando piensa
si pudiera un día oirla suspirar
y decir mi nombre
la podría poco a poco enamorar
Cantó la lluvia en la ventana
cuando se despertó
el viento del invierno
buscaba donde hacer su nido
sobre la mesa
un poco de café
y en su mirada
frío y soledad
en el tejado nieve
y sobre el plinto ella
desnuda como el tallo de una rosa
con sus brazos
extendidos hacia el
En su boca una sonrisa
esperando su caricia
un día mas
y en sus ojos tristes
un silencio tan profundo como el mar
se amaron por primera vez
y luego
se abrazaron y lloraron sin hablar
se juraron para siempre
un amor que nunca
nadie entenderá
Les cubrió la noche
con su manto de profunda oscuridad
Estribillo
De Beeldhouwer en Haar
Ze had een raam naar de hemel
waar de zon naar binnen scheen
en een zwaluw
zoekt een plek om zijn nest te maken
op de tafel
tabak en eenzaamheid
en tussen haar handen
klei en hart
op het dak de wind
en op de sokkel zij
Refrein
Haar handen glijden
over de klei
vormend en voelend haar vochtigheid
elke plooi van haar lichaam
moet zijn zoals hij het wilde voorstellen
haar zachte glimlach
haar blik
van diepe eenzaamheid
Ze zal armen hebben
als een ballerina
en haar lichaam
zo naakt als de zee
Ze glimlacht als ze denkt
als ze ooit haar zucht zou kunnen horen
en mijn naam zou zeggen
zou ik haar langzaam kunnen laten vallen voor mij
De regen zong op het raam
toen ze wakker werd
de winterwind
zocht een plek om zijn nest te maken
op de tafel
een beetje koffie
en in haar blik
kou en eenzaamheid
op het dak sneeuw
en op de sokkel zij
naakt als de steel van een roos
met haar armen
uitgestrekt naar hem
In haar mond een glimlach
wachttend op zijn aanraking
een dag meer
en in haar treurige ogen
een stilte zo diep als de zee
ze hielden voor het eerst van elkaar
en toen
omhelsden ze elkaar en huilden zonder te spreken
ze zwoeren voor altijd
een liefde die nooit
niemand zal begrijpen
De nacht bedekte hen
met zijn mantel van diepe duisternis
Refrein