395px

De Wachttijd

José Luis Perales

La Espera

Llegó desde muy lejos hasta el valle
Compró una casa blanca junto al río
Al pie de las montañas
Cubiertas de rocío y perezosas
Dormían las violetas
En la ribera de chopos amarillos
Plantó en aquel rincón un sauce y un ciprés
Y en una sombra fresca un avellano
En los ribazos lirios y azucenas
Y en el patio naranjos
Vistió con mil geranios los balcones
Y en la puerta un rosal de rosas blancas
Y se vistió su traje de domingos
Y se sentó a esperarla

Pensaba que en cualquier momento
Ella llegaría
Consultaba su reloj y sonreía
Se fue borrando lentamente el sol en el sendero
Y se durmió pensando en ella, junto al fuego

Pasó la primavera y el verano
Las lluvias del otoño y el invierno
La nieve en las montañas
Entró tímidamente y sin permiso
El sol por las ventanas
Crecía yerbabuena en el camino
Seguía en su rincón el sauce y el ciprés
Y en esa sombra fresca el avellano
En los ribazos lirios y azucenas
Y en el patio naranjos
Aromas de geranio en los balcones
Y en la puerta el rosal de rosas nuevas
Volvió a vestir su traje de domingos
En cada primavera

Pensando que en cualquier momento
Ella llegaría
Consultaba su reloj y sonreía
Se fue borrando lentamente el sol en el sendero
Y envejeció pensando en ella
Junto al fuego

De Wachttijd

Ze kwam vanuit heel ver naar het dal
Kocht een wit huisje langs de rivier
Aan de voet van de bergen
Bedekt met dauw en loom
Sliepen de viooltjes
Aan de oever van gele populieren
Plantte daar een wilg en een cipres
En in een frisse schaduw een hazelaar
Aan de hellingen lelies en lelies
En in de tuin sinaasappelbomen
Versierde de balkons met duizend geraniums
En bij de deur een rozenstruik met witte rozen
En trok zijn zondagse kostuum aan
En ging zitten wachten op haar

Hij dacht dat ze elk moment
Zou arriveren
Kijkend naar zijn horloge en glimlachend
De zon vervaagde langzaam op het pad
En hij sliep in terwijl hij aan haar dacht, naast het vuur

De lente en de zomer gingen voorbij
De regens van de herfst en de winter
De sneeuw op de bergen
Kruipte timide en zonder toestemming
De zon door de vensters
Groeide munt in de weg
Bleven in zijn hoek de wilg en de cipres
En in die frisse schaduw de hazelaar
Aan de hellingen lelies en lelies
En in de tuin sinaasappelbomen
Aroma's van geranium in de balkons
En bij de deur de rozenstruik met nieuwe rozen
Trok weer zijn zondagse kostuum aan
Bij elke lente

Denkend dat ze elk moment
Zou arriveren
Kijkend naar zijn horloge en glimlachend
De zon vervaagde langzaam op het pad
En hij werd oud terwijl hij aan haar dacht
Naast het vuur

Escrita por: José Luis Perales