395px

De Mier

Juan Luis Guerra 4.40

La Hormiguita

La conocí una tarde
Con su guitarra cazaba boleros
Tenía puesto un jean
Y una rosita amarilla en el pelo
¿Qué vas a hacer? Me preguntó sonriendo

Lo que tú quieras, respondí
Fuimos al mar y mojamos los sueños
Guiñé mis ojos y un delfín
Pintó una ola rizada en su pecho
Luego reí y rompimos el hielo
(Y rompimos el hielo)
Nos mordimos los dedos
(Nos mordimos los dedos)
Como viola en un solo de chelo

Eres como una hormiguita
Que me besa y me pica
Que recorre mi espalda
Y se acuesta en mi barba
A estudiar geografía, ía

Eres como un trapecista
Que atraviesa mi lengua
Y tu circo de flores me carga y me suelta
Perdiendo la cuenta
Perdiendo la cuenta. Eh eh eh

Y tuve ganas de llorar
Pero tan solo en mi ojo derecho
Ella hablaba de la Luna y de Chopin
Y yo tocaba el preludio de un beso
Luego reí y rompimos el hielo
(Y rompimos el hielo)
Nos mordimos los dedos
(Nos mordimos los dedos)
Como viola en un solo de chelo

Eres como una hormiguita
Que me besa y me pica
Que recorre mi espalda
Y se acuesta en mi barba
A estudiar geografía, ía

Eres como un trapecista
Que atraviesa mi lengua
Y tu circo de flores me carga y me suelta
Perdiendo la cuenta
Perdiendo la cuenta, Eh eh eh

De Mier

Ik ontmoette haar op een middag
Met haar gitaar ving ze bolero's
Ze droeg een spijkerbroek
En een geel roosje in haar haar
"Wat ga je doen?" vroeg ze lachend

"Wat jij wilt," antwoordde ik
We gingen naar de zee en doopten onze dromen
Ik knipoogde en een dolfijn
Tekende een golvende lijn op haar borst
Toen lachte ik en doorbraken we het ijs
(En doorbraken we het ijs)
We beten in onze vingers
(We beten in onze vingers)
Als een altviool in een cello solo

Je bent als een mier
Die me kust en me steekt
Die over mijn rug kruipt
En in mijn baard gaat liggen
Om geografie te bestuderen, ía

Je bent als een trapezeartiest
Die over mijn tong springt
En je bloemencircus tilt me op en laat me weer los
De tel kwijtraken
De tel kwijtraken. Eh eh eh

En ik had zin om te huilen
Maar alleen in mijn rechteroog
Ze sprak over de maan en Chopin
En ik speelde de prelude van een kus
Toen lachte ik en doorbraken we het ijs
(En doorbraken we het ijs)
We beten in onze vingers
(We beten in onze vingers)
Als een altviool in een cello solo

Je bent als een mier
Die me kust en me steekt
Die over mijn rug kruipt
En in mijn baard gaat liggen
Om geografie te bestuderen, ía

Je bent als een trapezeartiest
Die over mijn tong springt
En je bloemencircus tilt me op en laat me weer los
De tel kwijtraken
De tel kwijtraken, Eh eh eh

Escrita por: Juan Luis Guerra