Una leyenda
Le gustaba en el verano
alejarse de su casa
y subir a la montaña,
ver llegar a la mañana
el cantar de las cascadas
y el arrullo de las cañas,
ver crecer a los trigales,
su río lleno de agua.
Y cantar por las veredas
su libertad y esperanza.
Y enamorar a una estrella
entre la noche y el alba.
Los inviernos los pasaba
al calor de una cabaña.
Y se sentía poeta
entre todos los poetas,
conquistador de cariños,
de profesión peregrino,
por compañero el destino
y amigo de sus amigos,
amante al llegar la noche
de la estrella y del rocío.
Era de vida bohemia,
de corazón repartido,
era su alma la lluvia
que regaba los caminos.
Por las sierras se escuchaban
sus cantares, sus plegarias.
Y a pesar de que te fuiste
muy temprano de la vida,
de tu montaña y tu río,
tu mirada es el rocío,
tu voz se quedó en el viento,
tus penas por el camino,
tu alma entre las montañas,
tus lágrimas por el río.
Tu libertad y esperanza
no se han marchado contigo.
Tu libertad y esperanza
van andando los caminos.
Por los montes y los ríos
se oye el canto de aquel indio.
Een Legende
Hij hield ervan in de zomer
ver weg van huis te gaan
en de bergen op te klimmen,
het ochtendgloren te zien
het gezang van de watervallen
en het ruisen van het riet,
het groeien van de graanvelden
met zijn rivier vol water.
En langs de paden te zingen
van zijn vrijheid en hoop.
En een ster te veroveren
tussen de nacht en de dageraad.
De winters bracht hij door
bij de warmte van een hut.
En hij voelde zich een dichter
tussen alle dichters,
veroveraar van genegenheid,
van beroep een pelgrim,
met het lot als metgezel
en vrienden aan zijn zijde,
minnaar bij het vallen van de nacht
van de ster en de dauw.
Hij had een bohemienleven,
met een verdeeld hart,
zijn ziel was de regen
die de paden besproeide.
Door de bergen klonken
zijn liederen, zijn gebeden.
En ondanks dat je ging
veel te vroeg uit het leven,
van je berg en je rivier,
je blik is de dauw,
je stem bleef in de wind,
je verdriet langs de weg,
jouw ziel tussen de bergen,
je tranen door de rivier.
Je vrijheid en hoop
zijn niet met jou vertrokken.
Je vrijheid en hoop
lopen de paden verder.
Door de bergen en de rivieren
hoor je het gezang van die indiaan.