395px

De Vrijgezel

Julión Álvarez y Su Norteño Banda

El Solterito

Cuando yo era solterito muy tranquilo me paseaba,
Pues para salir de casa yo me cambio de mañana,
Por que en la tarde no puedo me descubre en la paseada.

En la cajuela del carro tengo mis botas clavadas,
Una camisa de rojo que no agarre las pintadas,
Por salgo desvelado me regañan de mañana.

Me dicen el mentiroso junto con mis camaradas,
Por que llego a media noche y si no muy de mañana,
Y si me toca trabajo no hay ganas para hacer nada.

Cuando una morra me dice que si yo ya estoy casado,
Devolada le contesto que nomás arrejuntado,
Pero si me corresponde de cualquier modo arreglamos.

De Vrijgezel

Toen ik een vrijgezel was, liep ik rustig rond,
Want om het huis te verlaten, kleed ik me 's ochtends aan,
Want in de middag kan ik niet, dan word ik betrapt tijdens het rondhangen.

In de kofferbak van de auto heb ik mijn laarzen liggen,
Een rode shirt dat ik niet heb gepakt, geen verf erop,
Omdat ik laat op ben, krijg ik 's ochtends een uitbrander.

Ze noemen me de leugenaar, samen met mijn maatjes,
Want ik kom om middernacht aan, of heel vroeg in de ochtend,
En als ik moet werken, heb ik geen zin om iets te doen.

Als een meisje me vraagt of ik al getrouwd ben,
Antwoord ik meteen dat ik alleen maar samenwoon,
Maar als het me past, regelen we het op een of andere manier.

Escrita por: José Ontiveros Meza