Sereia (Fado Menor do Porto)
Beira-mar à beira-areia
O azul do mar chamou-me
E na voz de uma sereia
Ouvi dizer o meu nome
Beira-mar à beira-amor
Perguntei-lhe: Quem me chama?
Ele disse que era a dor
Que não pode amar mas ama
Beira-mar à beira-porto
Gritou: Minha alma é tua!
Mas quando olhei o seu corpo
Foi-se embora semi-nua
Beira a beirar solidão
Durante dias chamei-a
E no mar do coração
Ao longe escuto a sereia
Sereia (Fado Menor van Porto)
Aan de kust, bij het zand
Riep de blauwe zee mij
En in de stem van een zeemeermin
Hoorde ik mijn naam voorbijgaan
Aan de kust, bij de liefde
Vroeg ik haar: Wie roept mij?
Ze zei dat het de pijn was
Die niet kan liefhebben maar toch houdt van
Aan de kust, bij de haven
Schreeuwde: Mijn ziel is van jou!
Maar toen ik naar haar lichaam keek
Was ze al weg, half naakt
Aan de rand van de eenzaamheid
Heb ik dagenlang naar haar geroepen
En in de zee van mijn hart
Hoorde ik in de verte de zeemeermin.