395px

Los que no duermen

Kees Pruis

Zij Die Niet Slapen

Aan 't einde der dag ligt de arbeid terneer
De rust komt der donkere nacht
't Is overal stil en het mensdom in rust
Vindt slapend hernieuwende kracht
Zelfs moeder natuur schijnt in sluim'rende rust
Wanneer zij het zonlicht niet zag
En toch slaapt niet alles, er zijn er nog veel
Wier nacht is gemaakt tot een dag
Want zij die niet slapen is 't liefdevol mens
Verpleegster in 't ziekengesticht
En de moeder die biddend in tranen verstikt
Aan 't ziekbed van 't kindje om beterschap snikt
En ook hij de werker der donkere mijn
Die niet weet of hij er nog morgen zal zijn
Die afdaalt door honderd gevaren omringd
In donkere schacht zijn 'gluck auf'-liedje zingt
Het rijke gezin heeft de kreeftensalaad'
Verorberd aan 't kost'lijk souper
Ze zijn dol op vis en mevrouw ordonneert
Garnalen voor het dejeuner
En morgen trakteert ze op heerlijke tong
Ze maakt heel 't gezin reeds belust
Ze dromen des nachts van de heerlijkste vis
Te midden van zalige rust
Maar zij die niet slapen is 't moedige volk
Die bonkige kerels op zee
Die stormen trotseren ter wille van 't brood
Op vele manieren beloerd door de dood
En wie als het stormt ook niet slaapt is de vrouw
Die neerknielt en bidt, vol van droefheid en rouw
Voor 't lichaamsbehoud van haar man en haar zoon
Haar moeilijk bestaan heeft het rouwkleed tot loon
In zacht' rode kussens der spoorwegcoupe
Daar zit een gezelschap bijeen
Ze schimpen en schelden op 't mindere volk
'Dat werkvolk is intens gemeen
Ze vragen steeds maar hoger loon voor hun werk
D'r is niks die proleten naar 't zin'
Ze schelden nog verder maar dan komt de slaap
En 't deftig gezelschap slaapt in
Maar hij die niet slaapt is die ruige proleet
Daar voor op de locomotief
Die 't leven van honderden heeft in zijn hand
Hij wordt door geen moeheid of slaap overmand
Met een been in 't graf en het and'r' in de cel
Gij eerste klas slapers bedenkt gij het wel
Zijn handen zijn vuil en al stinkt ie naar zweet
Die man waakt voor u, hij, gesmade proleet

Los que no duermen

Al final del día, el trabajo de parto ha bajado
La tranquilidad viene de la noche oscura
Está tranquilo en todas partes y la humanidad en reposo
Encuentra el poder de renovación latente
Incluso la madre naturaleza brilla en el descanso de los barrios bajos
Cuando ella no vio la luz del sol
Y sin embargo, no todo duerme, todavía hay muchos
Cuya noche se convierte en un día
Para aquellos que no duermen es el hombre amoroso
Enfermera en el hospital
Y la madre que ora se ahoga en lágrimas
En la cama enferma del niño para mejorar sollozos
Y él, también, el trabajador de la mina oscura
¿Quién no sabe si estará allí mañana?
Que desciende por un centenar de peligros rodeados de
En el eje oscuro su canción de Gluck auf canta
La familia rica tiene la ensalada de langosta
Dourned a costa de souper
Les encanta el pescado y la Sra. Ordonnards
Camarones para el dejeuner
Y mañana ella te trata con una deliciosa lengua
Ya está haciendo hambre a toda la familia
Sueñan con el pescado más delicioso por la noche
En medio de la tranquilidad dichosa
Pero aquellos que no duermen son los valientes
Esos tipos bonky en el mar
Desafía las tormentas por el bien del pan
En muchos sentidos recompensados por la muerte
¿Y quién si la tormenta no duerme es la mujer?
Que se arrodilla y ora, lleno de tristeza y luto
Para la preservación del cuerpo de su marido y su hijo
Su difícil existencia tiene el luto que pagar
En suaves cojines rojos del coupé ferroviario
Hay una empresa juntos
Gritan y regañan a la gente menor
Esa fuerza de trabajo es muy mala
Ellos siguen pidiendo salarios más altos por su trabajo
No hay nada que prolete al gusto
Ellos regañan aún más, pero luego viene el sueño
Y la compañía decente duerme en
Pero el que no duerme es ese prolet áspero
Por eso en la locomotora
¿Quién tiene la vida de cientos en su mano?
Él es vencido por la falta de fatiga o el sueño
Con una pierna en la tumba y el y'r 'en la celda
Durmientes de primera clase, ¿piensas en ello?
Sus manos están sucias y todo lo que huele a sudor
Ese hombre te vigila, él, desperdiciado proleet

Escrita por: