Akeboshi (Opening 2)
太陽を赤く閉じ込めて
Taiyō wo akaku tojikomete
車はどこへ進む
kuruma wa doko e susumu
混沌の吹き荒れる夜に
konton no fuki areru yoru ni
僕らの声が響いた
bokura no koe ga hibiita
願いの灯を灯して
Negai no hi wo tomoshite
心は夢を脱ぎ捨てて
kokoro wa yume wo nugisutete
白い道を行く
shiroi michi wo yuku
暗い空には明け星が未来を
Kurai sora ni wa akeboshi ga mirai wo
どうしても差して動かないから
dōshite mo sashite ugokanai kara
優しく誘う昨日に手を振って
yasashiku sasou kinō ni te wo futte
僕らは泣いた
bokura wa naita
また走り出すため
mata hashiridasu tame
迷っても嘆いても命は
Mayotte mo nageite mo inochi wa
明るい方へ手を伸ばすから
akarui hō e te wo nobasu kara
光を祈り空高く、歌声
hikari wo inori sora takaku, utagoe
せめて君に届くように
semete kimi ni todoku yō ni
真実は勝ち残った後に
Shinjitsu wa kachinokotta ato ni
誰かが置いて行くもの
dareka ga oite iku mono
どうもうな獣が呼び合う
dōmō na kemono ga yobiau
世界は傷を重ね
sekai wa kizu wo kasane
血の色に濡れた
chi no iro ni nureta
遠吠えが月を落とす
Tōboe ga tsuki wo otosu
常闇に潜む小さな花
tokoyami ni hisomu chiisana hana
僕らは光を祈る掌で
bokura wa hikari wo inoru tenohira de
滅ぼしあったり
horoboshiattari
君を抱きしめたり
kimi wo dakishimetari
願いが叶うその日まで
Negai ga kanau sono hi made
まだ紅に染まらない
mada kurenai ni somaranai
白い道を行く
shiroi michi wo yuku
胸の中にある灯が未来を
Mune no naka ni aru hi ga mirai wo
どうしても差して消えないんだ
dōshite mo sashite kienai nda
冷たく深く閉ざした心にも
tsumetaku fukaku tozashita kokoro ni mo
小さく強く
chiisaku tsuyoku
輝き続けてる
kagayaki tsudzuketeru
思い出よ 悲しみよ 僕らを
Omoide yo kanashimi yo bokura wo
明るい方へ送り出してよ
akarui hō e okuridashite yo
東の地平 空高く、明け星
higashi no chihei sora takaku, akeboshi
遥か遠い道の上に
haruka tōi michi no ue ni
太陽を追いかけて
Taiyō wo oikakete
車は進む
kuruma wa susumu
混沌の歌
konton no uta
暗い空には明け星が静かに
Kurai sora ni wa akeboshi ga shizuka ni
ただ一筋の光をくれた
tada hitosuji no hikari wo kureta
Akeboshi (Opening 2)
De zon gevangen in het rood
De auto rijdt verder, waarheen?
In de chaos van de woeste nacht
Klonken onze stemmen luid
Met de vlam van onze wensen
Laat ons hart de dromen los
We gaan de witte weg op
Aan de donkere lucht straalt de morgenster
Die ons toekomst biedt, maar niet beweegt
We zwaaien naar de zachte gister
En we hebben gehuild
Om weer te kunnen rennen
Ook al dwalen we en klagen we, het leven
Reikt altijd naar het licht toe
We bidden voor de stralen, hoog in de lucht, onze stemmen
Zodat ze jou tenminste bereiken
De waarheid blijft over na de strijd
Iets dat iemand achterlaat
De brullende beesten roepen elkaar
De wereld stapelt wonden op
Bedekt met de kleur van bloed
De huilende wolven laten de maan vallen
Een klein bloempje verscholen in de duisternis
Met onze handen bidden we voor het licht
Vernietigen we elkaar
Of omarmen we jou
Tot de dag dat onze wensen uitkomen
Is de weg nog niet rood gekleurd
We gaan de witte weg op
De vlam in mijn borst straalt de toekomst
Die niet wil doven, hoe dan ook
Zelfs in een koud en diep gesloten hart
Blijft het klein en sterk
Schijnen
Herinneringen, verdriet, stuur ons
Naar het licht, alsjeblieft
Aan de oostelijke horizon, hoog in de lucht, de morgenster
Boven de verre weg
De zon achterna
Rijdt de auto verder
Het lied van de chaos
Aan de donkere lucht geeft de morgenster
Slechts één straal van licht.