La oracion del pajarito
Erasé una vez
Un pajarito nacido para cantar
Quizá fue mayo, quizá febrero
El día en que aprendío a rezar.
Pero.. fue día en que volando vivía
Que no puedo cantar
Por que lo hombres le salieron a cazar.
Y el, y el voló, voló con ligereza perseguido
Escapando de la humana fiereza
Entonces supo de odios, de pasiones de bajeza lloro de tristeza.
Aprendio, aprendio a valorar
Escapando así vivía de un mundo hostil
Que una vida triste le imponia
Hasta que llego el día
En que lejos de cantar
Entonces, fue entonces
Que aprendio a rezar
Het gebed van het vogeltje
Er was eens
Een vogeltje geboren om te zingen
Misschien was het mei, misschien februari
De dag dat het leerde bidden.
Maar.. het was de dag dat het vliegend leefde
Dat het niet kon zingen
Omdat de mensen op jacht gingen.
En hij, en hij vloog, vloog met gemak achtervolgd
Ontsnapte aan de menselijke wreedheid
Toen leerde hij van haat, van passies, van laagheid, huilde van verdriet.
Hij leerde, leerde te waarderen
Zo ontsnapte hij aan een vijandige wereld
Die hem een treurig leven oplegde
Tot de dag kwam
Dat hij ver van zingen was
Toen, het was toen
Dat hij leerde bidden.