Eu não sei falar de amor
Eu não sei falar de amor.
Os contadores sabem,
os profesores, os motoristas de taxi é só o que fazem
o homem com gel no cabelo esse certamente entende tudo do amor.
Eu não sei falar de amor.
Os escreventes sabem,
os despachantes, os astronautas (desses então nem se fala!)
Os operários no pátio da Ford repetem palavras de amor
Os militares preparam-se para a parada do amor
Os cegos decifram com a testa no braile do muro a palavra
AMOR
Eu não sei, eu não sei
Eu não
Eu não sei falar de amor
Nas cadeias moleculares
Na valsa do imperador
Nos olhos da avó mortinha
Da boca de quem me amou
De mim nenhuma palavra
Minha voz não se banhou
Nas águas da fonte do rio da palavra
AMOR
Ik weet niet te praten over liefde
Ik weet niet te praten over liefde.
De vertellers weten het,
de leraren, de taxichauffeurs, dat is alles wat ze doen.
De man met gel in zijn haar, die begrijpt zeker alles van de liefde.
Ik weet niet te praten over liefde.
De schrijvers weten het,
de expediteurs, de astronauten (daarover hoeven we het niet eens te hebben!)
De arbeiders op de Ford-fabriek herhalen woorden van liefde.
De militairen bereiden zich voor op de parade van de liefde.
De blinden ontcijferen met hun voorhoofd in braille op de muur het woord
LIEFDE.
Ik weet het niet, ik weet het niet.
Ik weet het niet.
Ik weet niet te praten over liefde.
In de moleculaire ketens,
In de wals van de keizer,
In de ogen van mijn overleden grootmoeder,
Van de mond van degene die van me hield.
Van mij geen enkel woord,
Mijn stem heeft zich niet gewassen
In de wateren van de bron van de rivier van het woord
LIEFDE.