El Marques de txorrapelada
Dice con orgullo ser un bien nacido.
Por lo cabezón con un fórceps de plata.
Digno sucesor de ilustres apellidos.
Dice lo que dice y, ¿sabes qué te digo?
Que algo habrá que hacer a ver si se calla.
Abran paso a su eminencia.
Abran paso que se acerca el marqués.
Dicen que las niñas pierden el sentido
cuando cae al suelo el cordón de su bata Dicen
que tampoco hace ascos a los niños.
Dice lo que dice y,
sabes qué te digo? Que éste es el marqués de Txorrapelada.
Dice que le quieren tanto sus vecinos
que van a ponerle su nombre a una plaza.
Dice que en el fondo es un hombre
sencillo. Dice lo que dice y,
¿sabes qué te digo? Que me
cago en él y en toda su puta raza.
De Markies van Txorrapelada
Hij zegt met trots een goed geboren te zijn.
Door zijn koppigheid met een zilveren tang.
Eervolle opvolger van illustere namen.
Hij zegt wat hij zegt en, weet je wat ik je zeg?
Dat er iets gedaan moet worden om hem te laten zwijgen.
Maak ruimte voor zijn excellentie.
Maak ruimte, de markies komt eraan.
Ze zeggen dat meisjes hun zinnen verliezen
als de strik van hun schort op de grond valt.
Ze zeggen ook dat hij niet vies is van jongens.
Hij zegt wat hij zegt en,
weet je wat ik je zeg? Dit is de markies van Txorrapelada.
Hij zegt dat zijn buren zoveel van hem houden
dat ze zijn naam aan een plein gaan geven.
Hij zegt dat hij diep van binnen een eenvoudige man is.
Hij zegt wat hij zegt en,
weet je wat ik je zeg? Dat ik
hem en zijn hele kutfamilie veracht.
Escrita por: B. Duque / N. Zabala / R. Redín