Cádiz Me Llama de Nuevo
Cadiz me llama de nuevo
Mi alma sigue errante
Y vagando en el cielo
Pero la copla
De un viejo coplero
Me hizo resucitar
Enterrao en las entrañas
De la Tacita de Plata
Que de tanto maltratarla
Fue por siempre profanada
Pero el viejo de mi pueblo
Al dios Momo despertó
Que invocó con su plumero
A un legado de copleros
Que de Cai un día se fueron
Pa romper la maldición
Y mi alma cobra vida
Dentro de este cuerpo
Que fue embalsamado
Con salitre caletero
Y tinta con veneno
De un poeta gaditano
Y enrollao entre redobles
A la vida regrese
Vuelvo desde el otro barrio
A cantar lo que callé
Que esta momia despertó
Y su pluma ya afiló
Pa cantarle las cuarenta
Al que Cádiz profano
Resucito por febrero
Cantando coplas de carnaval
Mis letras explotan de rabia y veneno
Y mi garganta se vuelve inmortal
Resucito por febrero
Cantando coplas de carnaval
Mis letras explotan de rabia y veneno
Y mi garganta se vuelve inmortal
De nuevo late
Que late por Cadi
Mi corazón
Vuelvo enrollao entre retales
Late que late por Cadi
Mi corazón
De coplas de Carnavales
Con las raíces de antes
Pa que mi pueblo las cante
Las cante con rabia
Las cante
Poquito a poco
Voy sanando
Y desde tus entrañas
Hoy he vuelto a renacer
En la otra vida el paraíso fui buscando
Y al ver que estaba en Cai
Yo me tuve que volver
Que yo no sé lo que tendrá
Tacita Mia que me vuelves a enrollar
Cantando coplas por tus calles
Que se hacen inmortales
Por febrero en Carnaval
Cantando coplas con puñales
Porque después de muerto
No le tengo miedo a na
Resucito por febrero
Resucito por febrero
Cantando coplas de carnaval
Mis letras explotan de rabia y veneno
Y mi garganta se vuelve inmortal
De nuevo late
Que late por Cadi
Mi corazón
Con coplas de carnavales
Con coplas de carnavales
Con coplas de carnavales
Cádiz Roept Me Weer
Cádiz roept me weer
Mijn ziel blijft zwerven
En rondzwervend in de lucht
Maar het lied
Van een oude zanger
Maakte me weer levend
Begraven in de ingewanden
Van de Tacita de Plata
Die door zoveel mishandeling
Voor altijd geschonden was
Maar de oude man uit mijn dorp
Wekkerde de god Momo
Die met zijn plumeau
Een erfenis van zangers aanriep
Die ooit uit Cádiz vertrokken
Om de vloek te verbreken
En mijn ziel komt tot leven
Binnen dit lichaam
Dat gebalsemd was
Met zeewater uit de haven
En inkt met vergif
Van een Gaditaanse dichter
En gewikkeld in trommels
Keerde ik terug naar het leven
Ik kom terug uit de andere wijk
Om te zingen wat ik zweeg
Want deze mummie is ontwaakt
En zijn pen is al geslepen
Om de veertig te zingen
Aan degene die Cádiz schond
Werd weer levend in februari
Zingend carnaval liederen
Mijn woorden barsten van woede en vergif
En mijn keel wordt onsterfelijk
Ik word weer levend in februari
Zingend carnaval liederen
Mijn woorden barsten van woede en vergif
En mijn keel wordt onsterfelijk
Hart klopt weer
Dat klopt voor Cádiz
Mijn hart
Ik kom terug gewikkeld in lapjes
Klopt dat klopt voor Cádiz
Mijn hart
Van carnaval liederen
Met de wortels van vroeger
Zodat mijn dorp ze kan zingen
Ze kan zingen met woede
Ze kan zingen
Langzaam
Ga ik genezen
En vanuit jouw ingewanden
Ben ik vandaag weer herboren
In het andere leven zocht ik het paradijs
En toen ik zag dat het in Cádiz was
Moest ik terugkeren
Want ik weet niet wat je hebt
Mijn Tacita die me weer wikkelt
Zingend liederen door jouw straten
Die onsterfelijk worden
In februari tijdens carnaval
Zingend liederen met dolken
Want na de dood
Ben ik nergens bang voor
Ik word weer levend in februari
Ik word weer levend in februari
Zingend carnaval liederen
Mijn woorden barsten van woede en vergif
En mijn keel wordt onsterfelijk
Hart klopt weer
Dat klopt voor Cádiz
Mijn hart
Met carnaval liederen
Met carnaval liederen
Met carnaval liederen