Majareta
Era un jueves de invierno tan frío como aburrido
Tuve que salir solo, me fallaron los amigos
Pero la noche sabe que, aunque me apriete el frío
Siempre le he sido fiel de lunes a domingo
Hoy quisiera encontrar buena conversación
Un cuerpo de mujer, una copa de amor
Si no cierras el bar, abro mi corazón
Te invito a pasear con la Luna de farol
Contaremos las estrellas
Perderemos la cabeza
Prohibido mirar el reloj
Tú te quitas la ropa
Yo acabo majareta
Y te regalo una canción
Esquivaremos el Sol
Y ahora, ¿dónde estoy? Me ha despertado el Sol
Entró por la ventana, me ha pillado a traición
¿Quién es esa mujer? ¿Dónde está mi habitación?
Hola, ¿cómo te llamas?
Majareta
Het was een donderdag in de winter, zo koud als saai
Ik moest alleen naar buiten, mijn vrienden lieten me in de steek
Maar de nacht weet dat, ook al knijpt de kou me
Ik ben altijd trouw geweest, van maandag tot zondag
Vandaag wil ik goede gesprekken vinden
Een vrouwelijk lichaam, een glas vol liefde
Als je de bar niet sluit, open ik mijn hart
Ik nodig je uit om met de maan te wandelen als een lantaarn
We zullen de sterren tellen
We zullen ons hoofd verliezen
Verboden om op de klok te kijken
Jij doet je kleren uit
Ik word helemaal gek
En ik geef je een lied
We zullen de zon ontwijken
En nu, waar ben ik? De zon heeft me wakker gemaakt
Hij kwam binnen via het raam, heeft me verrast
Wie is die vrouw? Waar is mijn kamer?
Hallo, hoe heet je?