Viejo
Quien diga que soy ateo
Que no creo en lo perfecto
Que yo siempre en todo veo
Algún mínimo defecto
Está muy equivocado
Porque yo no creo en Dios
Pero soy el portavoz
De un ser humano criado
En la calle, en la pobreza
En pos de corazón sano
Poca comida en la mesa, otra cabeza
Y los abuelos de Lugano
En su escala de valores
Él pone siempre primero
Sobre todo la importancia
De un corazón entero
Bien parado o en la lona
Hay que ser buena persona
Dice aquel que a mi me guia
Noche a noche y día a día
Noche a noche y día día
Quien diga que soy ateo
Está muy equivocado
Como ya les he contado
Hay alguien en que yo creo
Suerte de mitología humana
Se hace presente ante mí
Quien en su así como así
Embelleze mis mañanas
Gracias al que nació en un conventillo
Al que creció en un potrero
Y si creen que exagero, conózcanlo
Pero antes sáquense el sombrero
En su escala de valores
El pone siempre primero
Sobre todo la importancia
De un corazón entero
Bien parado o en la lona
Hay que ser buena persona
Dice aquel que a mí me guia
Noche a noche y día a día
A él la vida le dio todo
Y él le devolvió el doble
De movida, ofrece el codo
Y un corazón puro y noble
Lo juro por mi pellejo
Para mí, Dios es mi viejo
Para mí, Dios es mi viejo
Oude
Wie zegt dat ik atheïst ben
Dat ik niet in het perfecte geloof
Dat ik altijd in alles zie
Een klein defectje
Die is heel erg verkeerd
Want ik geloof niet in God
Maar ik ben de spreekbuis
Van een mens die is opgevoed
Op straat, in de armoede
Op zoek naar een gezond hart
Weinig eten op tafel, een ander hoofd
En de grootouders van Lugano
In zijn waardenschaal
Zet hij altijd eerst
Boven alles het belang
Van een heel hart
Goed staan of op de grond
Je moet een goed persoon zijn
Zegt degene die mij leidt
Nacht na nacht en dag na dag
Nacht na nacht en dag na dag
Wie zegt dat ik atheïst ben
Die is heel erg verkeerd
Zoals ik al heb verteld
Is er iemand in wie ik geloof
Geluk van menselijke mythologie
Komt voor mij tot leven
Wie in zijn zo maar zo
Mijn ochtenden verfraait
Dank aan degene die in een krot is geboren
Aan degene die in een veld is opgegroeid
En als je denkt dat ik overdrijf, leer hem kennen
Maar doe eerst je hoed af
In zijn waardenschaal
Zet hij altijd eerst
Boven alles het belang
Van een heel hart
Goed staan of op de grond
Je moet een goed persoon zijn
Zegt degene die mij leidt
Nacht na nacht en dag na dag
Het leven gaf hem alles
En hij gaf het dubbele terug
Van de eerste keer, biedt hij de elleboog
En een puur en nobel hart
Ik zweer het op mijn huid
Voor mij is God mijn oude
Voor mij is God mijn oude