Volibear, The Relentless Storm
Teimir, himnir, rømnur kendirheim
Åskanda en helt, Valhirr
Æn vinde var on melter jeðir
Frón kalhirr ásþisk fjerner mjaer
Vorrijaard kalhirr, veltur vé hertnås
Se tånhåg meg króna tyrr
Van Vorrijaard, bæoft, bæs marka lån
Nær isåg vír saman, vír stak
Teimir jørður rønmen tí vetirhiem
Os jørnår heilt vindrings, spaldnid
Jor kónger hon ærer skaldreinhorr
Regnås stremnor rei evaasist
Vorrijaard kalhirr, veltur vé hertnås
Se tånhåg meg króna tyrr
Van Vorrijaard, bæoft, bæs marka lån
Nær isåg vír saman, vír stak
Volibear, De Onstuitbare Storm
Teimir, hemels, vluchten kennen
Roep een held, Valhirr
De wind was als smeltende ijzers
Aarde roept, goddelijke kracht verwijdert het gevaar
Oude god, krachtig, draait de heiligdommen
Zie, ik voel de kroon van de god
Van de oude god, de beste, de beste marktlener
Wanneer we samenkomen, zijn we sterk
Teimir, aarde, rijdend door de tijd
Wij zijn de storm, de spraakmakende
De aarde eert de helden
De regen stroomt, de strijd is onvermijdelijk
Oude god, krachtig, draait de heiligdommen
Zie, ik voel de kroon van de god
Van de oude god, de beste, de beste marktlener
Wanneer we samenkomen, zijn we sterk