Celia
La conoci un domingo
Hablamos de pasear
Le pregunté su nombre
Y muchas cosas más
El lunes fue un fracaso
No vino ya lo sé
Por qué al otro domingo
De nuevo la encontré
Así comienza nuestro amor
En primavera
Cuando las rosas del rosal
Son como Celia
Ahora solo me pregunto
Quizás me quiera
Y no hago más que repetir
Tu nombre Celia
Entramos juntos a la iglesia
Por vez primera
Para que Dios desde el altar
Nos bendijera
Ahora el tiempo nos dirá
Que yo con Celia
No nos separaremos más
Que Dios lo quiera
¡Ay! Celia
Celia
Ik ontmoette haar op een zondag
We spraken over wandelen
Ik vroeg haar naam
En nog veel meer
De maandag was een mislukking
Ze kwam niet, dat weet ik
Want de volgende zondag
Vond ik haar weer
Zo begint onze liefde
In de lente
Wanneer de rozen van de rozenstruik
Zijn als Celia
Nu vraag ik me alleen af
Misschien houdt ze van me
En ik herhaal alleen maar
Jouw naam, Celia
We gingen samen de kerk binnen
Voor de eerste keer
Zodat God vanaf het altaar
Ons zou zegenen
Nu zal de tijd ons vertellen
Dat ik met Celia
Nooit meer van elkaar gescheiden zullen zijn
Als God het wil
Oh! Celia