395px

Carito

León Gieco

Carito

Sentado solo en un banco en la ciudad
con tu mirada recordando el litoral
tu suerte quiso estar partida
mitad verdad, mitad mentira,
como esperanza de los pobres prometida.

Andando solo bajo la llovizna gris
fingiendo duro que tu vida fue de aquí
porque cambiaste un mar de gente
por donde gobierna la flor
mirá que el río nunca regaló el color.

Carito, suelta tu pena,
se haga diamante tu lágrima
entre mis cuerdas.
Carito, suelta tu piedra
para volar como el zorzal
en primavera.

En Buenos Aires los zapatos son modernos
pero no lucen como en la plaza de un pueblo
dejá que tu luz chiquitita
hable en secreto a la canción
para que te ilumine un poco más el sol.

Cualquier semilla, cuando es planta, quiere ver
la misma estrella de aquel atardecer
que la salvó del pico agudo
refugiándola al oscuro
de la gaviota arrasadora de los surcos.

Carito, yo soy tu amigo,
me ofrezco árbol
para tu nido.
Carito, suelta tu canto,
que el abanico en mi acordeón
lo está esperando.

Carito

Zittend alleen op een bank in de stad
met jouw blik die het kustland herinnert
je geluk wilde gebroken zijn
half waarheid, half leugen,
zoals de hoop van de armen beloofd.

Wandelend alleen onder de grijze motregen
doen alsof je leven hier was
dat je een zee van mensen verwisselde
voor waar de bloem regeert
kijk, de rivier heeft nooit kleur gegeven.

Carito, laat je verdriet los,
maak van je traan een diamant
tussen mijn snaren.
Carito, laat je steen los
om te vliegen als de merel
in de lente.

In Buenos Aires zijn de schoenen modern
maar ze stralen niet zoals op het dorpsplein
laten we jouw kleine lichtje
in het geheim tegen het lied praten
zodat de zon je een beetje meer verlicht.

Elke zaadje, wanneer het plant is, wil zien
dezelfde ster van die zonsondergang
die het redde van de scherpe snavel
het verbergend in de duisternis
van de verwoestende meeuw van de voren.

Carito, ik ben je vriend,
ik bied me aan als boom
voor jouw nest.
Carito, laat je zang los,
want de waaier in mijn accordeon
wacht op je.

Escrita por: Antonio Tarrago Ros / León Gieco