El Bocal
No hay mirada más linda
Que la de un criollo bagual
Con su crinera enredada
Esperando rienda y bocal
En el palenque, clavado
Frente a la estancia, el zorzal
Cuantas golpeadas de potro
Que allí se ataran el bocal
Y así salían en corcovos
Hasta el desarrollo del potro
Y entonces el bocal, colgadito
En la jamada esperava por outro
Cuando los días se iban
Y el trabajo lo hacía redomón
El domero, domingueando salía
Al pueblito, de su gaucho rincón
Al bocal, que hace del potro
Tchê caballo del hombre campero
En esos versos, un regalo sencillo
Que le entrega de alma, un domero
De Bocal
Geen blik is mooier
Dan die van een criollo bagual
Met zijn manen in de knoop
Wachtend op teugels en bocal
Bij het hek, vastgenageld
Voor de boerderij, de zorzal
Hoeveel klappen van het veulen
Die daar het bocal vastgebonden
En zo kwamen ze in bokkensprongen
Tot de ontwikkeling van het veulen
En dan hing het bocal, klaar
In de jamada wachtte op een ander
Toen de dagen voorbijgingen
En het werk als een rodeo was
Ging de domero, op zondag, weg
Naar het dorp, vanuit zijn gaucho hoek
Naar het bocal, dat van het veulen maakt
Tchê paard van de man van het veld
In deze verzen, een eenvoudig cadeau
Dat hij met zijn ziel geeft, een domero