Añoralgias
Esta zamba canto a mi tierra distante
Cálido pueblito de nuestro interior
Tierra ardiente que inspira mi amor
Gredosa reseca, de sol calcinante
Recordando esa tierra quemante
Resuena mi grito ¡que calor!
Como te recuerdo mi lindo pueblito
Con tu aire húmedo y denso de día
Noches cálidas de fantasía
Pobladas de magia de encanto infinito
Y el cantar de tu fresco arroyito
Salvo en los diez meses de la sequía
Siempre fue muy calmo mi pueblo adorado
Salvo aquella vez que pasó el huracán
Viejos pagos que lejos están
Mi tierra querida, mi dulce poblado
Tengo miedo de que hallas cambiado
Después de la última erupción del volcán
Tierra que hasta ayer mi niñez cobijaba
Siempre te recuerdo con el corazón
Aunque aquel arroyito dulzón
Hoy sea un hirviente torrente de lava
Que por suerte a veces se apaga
Cuando llega el tiempo de la inundación
Los hambrientos lobos aullando estremecen
Cuando son mordidos por fieros mosquitos
No se puede dormir por los gritos
De miles de buitres que el cielo oscurecen
Siempre algún terremoto aparece
Y al atardecer llueven meteoritos
Y si a mi pueblito volver yo pudiera
A mi viejo pueblo al que no he regresado
Si pudiera volver al poblado
Que siempre me llama, que siempre me espera
Si a mi pueblo volver yo pudiera
No lo haría ni mamado
Verlangen
Deze zamba zing ik voor mijn verre land
Warm dorpje in ons binnenland
Brandende aarde die mijn liefde inspireert
Droge klei, onder de verzengende zon
Herinnerend aan dat brandende land
Weergalmt mijn schreeuw, wat een hitte!
Hoe herinner ik me jou, mijn mooie dorpje
Met je vochtige, dichte lucht overdag
Warme nachten vol fantasie
Bevolkt met magie van eindeloze charme
En het gezang van je frisse beekje
Behalve in de tien maanden van de droogte
Altijd was mijn geliefde dorp zo kalm
Behalve die ene keer dat de orkaan voorbij kwam
Oude plekken die ver weg zijn
Mijn geliefde land, mijn zoete dorp
Ik ben bang dat je veranderd bent
Na de laatste uitbarsting van de vulkaan
Aarde die tot gisteren mijn kindertijd omarmde
Altijd herinner ik je met mijn hart
Ook al is dat beekje zoet
Vandaag een kokende lavastroom
Die gelukkig soms dooft
Wanneer het tijd is voor de overstroming
De hongerige wolven huilen en doen rillen
Wanneer ze gebeten worden door felle muggen
Je kunt niet slapen door de schreeuwen
Van duizenden gieren die de lucht verduisteren
Altijd verschijnt er wel een aardbeving
En bij zonsondergang regent het meteorieten
En als ik terug kon naar mijn dorpje
Naar mijn oude dorp waar ik niet ben teruggekeerd
Als ik terug kon naar het dorp
Dat me altijd roept, dat altijd op me wacht
Als ik terug kon naar mijn dorp
Zou ik het niet doen, zelfs niet dronken.