Zotskap
Zat aan het raam met een zotskap op
En sleep een helder glas
Zeven godgelijke herders
Zaten in het gras
En de zon ging voorbij
In een narrenschip
Maar niemand die het begreep
Zat aan het raam met een zotskap op
En al mijn dromen uit
Zeven godgelijke lijsters
Zaten op je huid
En de maan kwam voorbij
Met een koningsmuts
Maar niemand die het begreep
Vandaag graaf ik een graf
Voor de muggen en de muizen
Voor de spinnen en de luizen
Van mijn verleden tijd
Zat aan het raam met een zotskap op
En sleep een harde droom
Zeven godgelijke minnaars
Met een mond vol hoon
En de tijd ging voorbij
Op een dodenkar
Maar niemand die het begreep
De lieven, de liefsten
De dieven, de brieven
Van mijn verleden tijd
Van mijn verleden tijd
Zat aan het raam met een zotskap op
En sleep een helder glas
Zeven godgelijke herders
Zaten in het gras
En de dood kwam voorbij
Met een nachtmuts op
Maar niemand die het begreep
Zotskap
Sentado en la ventana con un gorro de bufón
Y arrastrando un vaso brillante
Siete pastores divinos
Estaban en el pasto
Y el sol pasaba
En un barco de locos
Pero nadie lo entendía
Sentado en la ventana con un gorro de bufón
Y todas mis ilusiones se desvanecen
Siete zorzales divinos
Estaban en tu piel
Y la luna pasaba
Con una corona real
Pero nadie lo entendía
Hoy cavé una tumba
Para los mosquitos y los ratones
Para las arañas y los piojos
De mi pasado
Sentado en la ventana con un gorro de bufón
Y arrastrando un sueño duro
Siete amantes divinos
Con la boca llena de burla
Y el tiempo pasaba
En un carro fúnebre
Pero nadie lo entendía
Los amores, los más amados
Los ladrones, las cartas
De mi pasado
De mi pasado
Sentado en la ventana con un gorro de bufón
Y arrastrando un vaso brillante
Siete pastores divinos
Estaban en el pasto
Y la muerte pasaba
Con un gorro de noche
Pero nadie lo entendía