VOLTAREI (part. Tania Caamaño)
Visto a cores do ceo, vou lonxe traballar
Se souberas canto che quero, non me deixarías marchar
Canto custa o diñeiro? Se co tempo teño que pagar
Volta de novo ó estranxeiro, volta de novo ao fogar
Lento, morro por dentro se non estás
Sigo escoitando no vento o teu acento, o teu cantar
Leva consigo un lamento, un segredo gardado no tempo
Orgullo que medra no peito, somos da costa, somos do mar
Lento, morro por dentro se non estás
Sigo escoitando no vento o teu acento, o teu cantar
Leva consigo un lamento, un segredo gardado no tempo
Orgullo que medra no peito, somos da costa, somos do mar
Fillos do sal e do monte, petos baleiros fuxen da morte
Fame en Galicia, pura miseria da miña familia
Fillos do sal e do monte, bocas famentas comen do Norte
Voltar de fronte, á miña casiña, a familia que nunca se rompe
Al horizonte marchan los pobres, van pa'l acero, van pa' los barcos
Pan para el pueblo, pan pa' la ría, pa' voltar cunha chea de cartos
As mulleres con dobre papel, criando soíñas no campo
Viudas de vivos levando o fouciño na man e coidando de tantos
Entre as nubes, na miña terra, choiva, néboa
Ceo celeste, sangue celta, voltar e sentir unha aperta
Na chaqueta unha foto que pesa, non podo esquecer a promesa
E deixar que me leve a tristeza sen loitar por manter afouteza
Mariñeiro, migrante, pedíndolle á Virxe do Carme
Que lo proteja, que no les falte hasta que las manos aguanten
Pra o navegante, o que está fóra, que sigue adiante, busca melloras
Tempos de antes son como agora, deixan aos fillos aínda que doa
Voltarei, voltarei, voltarei (voltare-e-e-e-ei)
Voltarei, voltarei, voltarei (voltare-e-e-e-ei)
Voltarei, voltarei, voltarei (voltare-e-e-e-ei)
Voltarei, voltarei, voltarei (voltare-e-e-e-ei)
IK KOM TERUG (ft. Tania Caamaño)
Ik zie de kleuren van de lucht, ga ver weg om te werken
Als je wist hoeveel ik je wil, zou je me niet laten gaan
Wat kost het geld? Als ik het later moet betalen
Terug naar het buitenland, terug naar huis
Langzaam, ik sterf van binnen als je er niet bent
Ik blijf in de wind jouw accent, jouw gezang horen
Het brengt een klaagzang mee, een geheim dat in de tijd is bewaard
Trots dat groeit in mijn borst, we zijn van de kust, we zijn van de zee
Langzaam, ik sterf van binnen als je er niet bent
Ik blijf in de wind jouw accent, jouw gezang horen
Het brengt een klaagzang mee, een geheim dat in de tijd is bewaard
Trots dat groeit in mijn borst, we zijn van de kust, we zijn van de zee
Kinderen van zout en bergen, lege zakken vluchten voor de dood
Honger in Galicië, pure ellende van mijn familie
Kinderen van zout en bergen, hongerige monden eten van het Noorden
Terug naar mijn huisje, naar de familie die nooit breekt
Aan de horizon vertrekken de armen, ze gaan naar de staalfabriek, ze gaan naar de schepen
Brood voor het volk, brood voor de baai, om terug te komen met een hoop geld
De vrouwen met een dubbele rol, alleen de kinderen opvoedend op het land
Weduwen van levenden met de zeis in de hand en zorgend voor zoveel
Tussen de wolken, in mijn land, regen, mist
Helderblauwe lucht, Keltisch bloed, terugkomen en een omhelzing voelen
In de jas een foto die zwaar weegt, ik kan de belofte niet vergeten
En laten dat verdriet me meenemen zonder te vechten voor moed
Zeeman, migrant, ik vraag de Maagd van Carmen
Dat ze hem beschermt, dat hij niet tekortkomt tot zijn handen het volhouden
Voor de zeeman, degene die buiten is, die doorgaat, zoekt naar verbetering
Tijden van vroeger zijn zoals nu, ze laten de kinderen achter, ook al doet het pijn
Ik kom terug, ik kom terug, ik kom terug (ik kom teru-e-e-e-e-e)
Ik kom terug, ik kom terug, ik kom terug (ik kom teru-e-e-e-e-e)
Ik kom terug, ik kom terug, ik kom terug (ik kom teru-e-e-e-e-e)
Ik kom terug, ik kom terug, ik kom terug (ik kom teru-e-e-e-e-e)