Llanera Altiva
Tan caña dulce tu boca
Tan jagüeyes tus pupilas
Este campo tú lo cargas
Todo en ti llanera altiva
Yo vengo labrando a solas
Este anhelo de onda vida
Como quien vela el encierro
En la noche sin cabrillas
Y tras la errante faena
Donde es siesta la fatiga
Se pone a silbarle amor
A la vacada bravía
Y a la pena un cimarrón
Puntera de la madrina
Yo vengo labrando a solas
Este anhelo de onda vida
Como quien pica el caballo
Mirando a la lejanía
Y se va a enlazar consejas
De esas que su voz estira
Como quien afina el cuatro
Ante la sabana íngrima
Y oye estirarse en la cuerda
La queja de la clavija
Yo vengo labrando a solas
Este anhelo de onda vida
Tan caña dulce tu boca
Tan caña dulce tu boca
Tan jagüeyes tus pupilas
Este campo tú lo cargas
Todo en ti llanera altiva
Yo vengo labrando a solas
Este anhelo de onda vida
Como quien vela el encierro
En la noche sin cabrillas
Y tras la errante faena
Donde es siesta la fatiga
Se pone a silbarle amor
A la vacada bravía
Y a la pena un cimarrón
Puntera de la madrina
Yo vengo labrando a solas
Este anhelo de onda vida
Como quien pica el caballo
Mirando a la lejanía
Y se va a enlazar consejas
De esas que su voz estira
Como quien afina el cuatro
Ante la sabana íngrima
Y oye estirarse en la cuerda
La queja de la clavija
Yo vengo labrando a solas
Este anhelo de onda vida
Tan caña dulce tu boca
Trots op de Vlakte
Zoet als suikerriet je mond
Zoet als de jagüeyes je ogen
Dit veld draag jij met je mee
Alles in jou, trots op de vlakte
Ik kom alleen aan het ploegen
Dit verlangen naar een levendig leven
Als iemand die het verblijf in de gaten houdt
In de nacht zonder geiten
En na het zwervende werk
Waar de vermoeidheid een siësta is
Begint hij liefdevol te fluiten
Naar het woeste vee
En naar de pijn een vrijbuiter
De punt van de peetmoeder
Ik kom alleen aan het ploegen
Dit verlangen naar een levendig leven
Als iemand die de paard rijdt
Kijkend naar de verte
En hij gaat verhalen weven
Van die welke zijn stem uitrekt
Als iemand die de vier snaren stemt
Voor de eenzame savanne
En hoort op de snaar
De klacht van de toets
Ik kom alleen aan het ploegen
Dit verlangen naar een levendig leven
Zoet als suikerriet je mond
Zoet als suikerriet je mond
Zoet als de jagüeyes je ogen
Dit veld draag jij met je mee
Alles in jou, trots op de vlakte
Ik kom alleen aan het ploegen
Dit verlangen naar een levendig leven
Als iemand die het verblijf in de gaten houdt
In de nacht zonder geiten
En na het zwervende werk
Waar de vermoeidheid een siësta is
Begint hij liefdevol te fluiten
Naar het woeste vee
En naar de pijn een vrijbuiter
De punt van de peetmoeder
Ik kom alleen aan het ploegen
Dit verlangen naar een levendig leven
Als iemand die de paard rijdt
Kijkend naar de verte
En hij gaat verhalen weven
Van die welke zijn stem uitrekt
Als iemand die de vier snaren stemt
Voor de eenzame savanne
En hoort op de snaar
De klacht van de toets
Ik kom alleen aan het ploegen
Dit verlangen naar een levendig leven
Zoet als suikerriet je mond