395px

Somos iguales

Liliane Saint-Pierre

Wij zijn eender

Je ogen lijken zonnen van koper.
Je hebt wat van Johannes de Doper.
Je hebt de blik van een wereldhervormer.
En kijkt of je de hemel gaat bestormen.

Toch lijk je schichtig als een dier.
Want de mensen kijken je misprijzend na.
Omdat jij hun nette avenue ontsiert.
En ze mompelen zacht: "'t Wordt hier Zwart Afrika"

Maar wij zijn eender, jij en ik.
Wij zijn eender, zwart en wit.
Je moet het in je eigen hart bekijken.
Want wie zijn eender, jij en ik.
Wij zijn eender, zwart of wit.
Of je wil of niet, we zijn elkaars gelijken.

Je handen zij als varens of palmen.
Je stem, een kathedraal vol psalmen.
En als je loopt, swingen stenen uit de straten.
En als je lacht, verbleken zelfs fanaten.

Maar nog steeds word jij gezien als een defekt.
Is dat angst of razernij of nog iets meer?
Als ik jou zie, denk ik echt niet opgewekt.
Dat we eender zijn, misschien ben jij wel méér.

Maar wij zijn eender, jij en ik.
Wij zijn eender, zwart en wit.
Je moet het in je eigen hart bekijken.
Want wie zijn eender, jij en ik.
Wij zijn eender, zwart of wit.
Of je wil of niet, we zijn elkaars gelijken.

Want als het regent, word ik nat als jij.
Als de zon schijnt, jij en ik weer blij.
Als jij een vriend verliest, ben jij als ik verloren.

Want wij zijn eender, jij en ik.
Wij zijn eender, zwart en wit.
Je moet het in je eigen hart bekijken.
Want wie zijn eender, we zijn eender
We zijn eender, we zijn eender.
Jij en ik!

Somos iguales

Tus ojos parecen soles de cobre.
Tienes algo de Juan el Bautista.
Tienes la mirada de un reformador mundial.
Y pareces que vas a conquistar el cielo.

Sin embargo, te ves nervioso como un animal.
Porque la gente te mira con desprecio.
Porque estás arruinando su elegante avenida.
Y murmuran suavemente: 'Aquí se está volviendo África negra'.

Pero somos iguales, tú y yo.
Somos iguales, negros y blancos.
Debes mirarlo en tu propio corazón.
Porque somos iguales, tú y yo.
Somos iguales, negros o blancos.
Quieras o no, somos semejantes.

Tus manos son como helechos o palmas.
Tu voz, una catedral llena de salmos.
Y cuando caminas, las piedras de las calles bailan.
Y cuando te ríes, incluso los fanáticos palidecen.

Pero aún así te ven como un defecto.
¿Es miedo, furia o algo más?
Cuando te veo, no pienso realmente con alegría.
Que seamos iguales, tal vez tú seas más.

Pero somos iguales, tú y yo.
Somos iguales, negros y blancos.
Debes mirarlo en tu propio corazón.
Porque somos iguales, tú y yo.
Somos iguales, negros o blancos.
Quieras o no, somos semejantes.

Porque cuando llueve, me mojo como tú.
Cuando brilla el sol, tú y yo volvemos a ser felices.
Si pierdes un amigo, tú eres como yo, perdido.

Porque somos iguales, tú y yo.
Somos iguales, negros y blancos.
Debes mirarlo en tu propio corazón.
Porque somos iguales, somos iguales.
Somos iguales, somos iguales.
¡Tú y yo!

Escrita por: