ME AJUDE A SALVAR OS DOMINGOS
De olhos fechados, peço que alguém
Me ajude a salvar os domingos
Dessa ressaca, da malha gasta
Do dengo que não vem
Palavras dadas, um deus-dará
A mira de mirar sossego
De olhos abertos, eu vi um trem
Que me levou pra sonhar longe
Lá onde cê mora, a léguas daqui
Depois pra lá de Londres
Aonde só neva e não faz calor
Pra nós, sugiro Acapulco
Daqui a pouco, ao nascer do Sol
Te busco
Olhe nos olhos
Vamos brindar
O fim do dia
Pois sem você
Esse domingo não passa
De olhos fechados, peço que alguém
Me ajude a salvar os domingos
Dessa ressaca, da malha gasta
Do dengo que não vem
Palavras dadas, um deus-dará
A mira de mirar sossego
De olhos abertos, eu vi um trem
Que me levou pra sonhar longe
Lá onde cê mora, a léguas daqui
Depois pra lá de Londres
Aonde só neva e não faz calor
Pra nós, sugiro Acapulco
Daqui a pouco, ao nascer do Sol
Te busco
Olhe nos olhos
Vamos brindar
O fim do dia
Pois sem você
Esse domingo não passa
(Hum)
(Un, deux)
(Un, deux)
(Un, deux, trois, bae)
HELP ME SAVE SUNDAYS
Met gesloten ogen vraag ik iemand
Me te helpen de zondagen te redden
Van deze kater, van de versleten stof
Van de genegenheid die niet komt
Gegeven woorden, een god zal het geven
De focus om rust te vinden
Met open ogen zag ik een trein
Die me ver weg deed dromen
Daar waar jij woont, mijlen hier vandaan
En verder dan Londen
Waar het alleen sneeuwt en het niet warm is
Voor ons stel ik Acapulco voor
Over een tijdje, bij zonsopgang
Kom ik je halen
Kijk in mijn ogen
Laten we proosten
Op het einde van de dag
Want zonder jou
Verloopt deze zondag niet
Met gesloten ogen vraag ik iemand
Me te helpen de zondagen te redden
Van deze kater, van de versleten stof
Van de genegenheid die niet komt
Gegeven woorden, een god zal het geven
De focus om rust te vinden
Met open ogen zag ik een trein
Die me ver weg deed dromen
Daar waar jij woont, mijlen hier vandaan
En verder dan Londen
Waar het alleen sneeuwt en het niet warm is
Voor ons stel ik Acapulco voor
Over een tijdje, bij zonsopgang
Kom ik je halen
Kijk in mijn ogen
Laten we proosten
Op het einde van de dag
Want zonder jou
Verloopt deze zondag niet
(Hum)
(Un, deux)
(Un, deux)
(Un, deux, trois, schat)