Que tinguem sort
Si em dius adéu,
vull que el dia sigui net i clar,
que cap ocell
trenqui l'harmonia del seu cant.
Que tinguis sort
i que trobis el que t'ha mancat
en mi.
Si em dius "et vull",
que el sol faci el dia molt més llarg,
i així, robar
temps al temps d'un rellotge aturat.
Que tinguem sort,
que trobem tot el que ens va mancar
ahir.
I així pren tot el fruit que et pugui donar
el camí que, a poc a poc, escrius per a demà.
Què demà mancarà el fruit de cada pas;
per això, malgrat la boira, cal caminar.
Si véns amb mi,
no demanis un camí planer,
ni estels d'argent,
ni un demà ple de promeses, sols
un poc de sort,
i que la vida ens doni un camí
ben llarg.
Laten we geluk hebben
Als je me vaarwel zegt,
wil ik dat de dag helder en schoon is,
geen vogel
breekt de harmonie van zijn gezang.
Dat je geluk hebt
en dat je vindt wat je ontbrak
in mij.
Als je zegt "ik wil je",
laat de zon de dag veel langer maken,
en zo, stelen
we tijd van de tijd van een stilstaand horloge.
Dat we geluk hebben,
dat we alles vinden wat ons ontbrak
gisteren.
En zo neem alles wat je kan geven
van het pad dat je, beetje bij beetje, schrijft voor morgen.
Wat morgen zal ontbreken is de vrucht van elke stap;
daarom, ondanks de mist, moeten we blijven lopen.
Als je met me komt,
vraag dan niet om een vlak pad,
geen zilveren sterren,
geen morgen vol beloftes, alleen
een beetje geluk,
en dat het leven ons een pad geeft
heel lang.