Fulanos de Nadie
Vivias lejos nunca supe bien
Si tenias nombre me lo olvide
Son las cinco y palermo tiene poco que contar
En casa hay dos vinos, si prometes que no te enamoras
Subimos a un taxi fantasma
Asomaban las cinco del sol
Otra noche, otra almohada
Lejos del nido y yo sin caparazon
Siempre esta pata de palo, fue mas zorra que mi corazon
Y asi quedamos fulanos de nadie, de nadie, de nadie
Yesta jodido mojarle una oreja a la soledad
Digamos poco preciosa y brindemos por lo que viene y se va
Por ser de estreno el asunto, no estuvo tan mal
No hay de esos campeones en un primer round
Despues nos dormimos, creo que ni te abraze
Afuera llovia como la penultima vez
Junto los vidrios de un vaso, mientras desayunas un papel
Y planeamos un viaje a Gesell, que jamas vamos a hacer
Siempre este parche en el ojo, fue mas lejos que mi corazon
Y asi quedamos fulanos de nadie, de nadie, de nadie
Y esta jodido mojarle un oreja a la soledad
No digas nada preciosa y brindemos por lo que viene y se va
Lo que nos cura se va, siempre se va
Lo que nos cura se va, siempre se va
Se queda un rato, nos mima, nos miente
Y despues se va
Siempre esta pata de palo, fue mas zorra que mi corazon
Y asi quedamos fulanos de nadie, de nadie, de nadie
Y esta jodido mojarle una oreja a la soledad
Llenate el vaso preciosa y brindemos por lo que nunca sera
Niemanden
Je leefde ver weg, ik wist nooit goed
Of je een naam had, ik ben het vergeten
Het is vijf uur en Palermo heeft weinig te vertellen
Thuis zijn er twee flessen wijn, als je belooft niet verliefd te worden
We stappen in een spooktaxi
De zon komt om vijf uur op
Weer een nacht, weer een kussen
Ver weg van het nest en ik zonder schild
Altijd dit houten been, was meer een slet dan mijn hart
En zo zijn we gebleven, niemanden, niemanden, niemanden
Het is kut om de eenzaamheid een oor aan te naaien
Laten we niet veel zeggen, schat, en proosten op wat komt en gaat
Omdat het een nieuw begin is, was het niet zo slecht
Er zijn geen kampioenen in de eerste ronde
Daarna vielen we in slaap, ik denk niet dat ik je omhelsde
Buiten regende het zoals de voorlaatste keer
Ik verzamel de scherven van een glas, terwijl je een krant ontbijt
En we plannen een reis naar Gesell, die we nooit gaan maken
Altijd dit ooglapje, was verder weg dan mijn hart
En zo zijn we gebleven, niemanden, niemanden, niemanden
Het is kut om de eenzaamheid een oor aan te naaien
Zeg niets, schat, en laten we proosten op wat komt en gaat
Wat ons geneest, gaat weg, gaat altijd weg
Wat ons geneest, gaat weg, gaat altijd weg
Het blijft even, verwent ons, liegt tegen ons
En daarna gaat het weer weg
Altijd dit houten been, was meer een slet dan mijn hart
En zo zijn we gebleven, niemanden, niemanden, niemanden
Het is kut om de eenzaamheid een oor aan te naaien
Vul je glas, schat, en laten we proosten op wat nooit zal zijn.