395px

De Treurigheid

Los Chalchaleros

La Tristecita

Sangre del ceibal
que se vuelve flor:
yo no sé por qué
hoy me hiere más
tu señal de amor.
Zamba quiero oir
al atardecer:
capullo de luz,
que quiere ser sol
y no puede ser.
¡Ay, tristecita,
tristecita igual,
que es llovizna azul
murmurándole
al cañaveral!
El viento la trae,
se la lleva el sol:
sueño en el trigal
y sobre el sauzal,
lamento de amor.
Ya siento llegar
del cerro su voz:
pañuelo ha de ser
y lo he de prender
sobre el corazón.

De Treurigheid

Bloed van de ceibal
dat weer bloem wordt:
ik weet niet waarom
het me vandaag meer
jouw teken van liefde verwondt.

Zamba wil ik horen
bij de schemering:
een knop van licht,
die zon wil zijn
maar dat kan niet zijn.

Oh, treurigheid,
treurigheid gelijk,
dat is blauwe motregen
die fluistert
naar het rietveld!

De wind brengt het mee,
de zon neemt het weg:
ik droom in het tarweveld
en boven de wilgen,
een klaagzang van liefde.

Ik voel al komen
van de heuvel zijn stem:
het moet een zakdoek zijn
en ik zal het vastmaken
op mijn hart.

Escrita por: Ariel Ramírez / Maria Elena Espiro