395px

De Tuin

Los Delinqüentes

El Jardín

Esta es la historia de un jardín
que creció delante de una nube,
todos los bichos van allí.

Cuando llueve y sale el sol,
de los matorrales a la charca,
hay un arco iris de color.

Todos los días soñaban una nueva canción,
cantaban que su vida en la tierra no tenía valor.

Tras la rama, el oso ríe,
ahora es mucho más feliz que antes,
va descalzo y no se aburre
de ver el cielo azul
brillar y brillar.

Las ranas y los bichos que jugaban en el fango
nadaban despacito por la orilla de los charcos.
La luna en el jardín nunca está sola,
jugaba con las estrellas agarrada a su cola.

Los hilos de la suerte están cansados de perderse,
el jardín de violetas son hormigas con cometa
donde suena alegre una guitarra
que la toca mi compare y se dedica a perfumarla.

No hay serpientes en el jardín,
todos los camellos van desnudos
con manzanas para ti.

Una respuesta encontrarás
en las raíces de las setas,
todos los duendes viven allí.

Fumando tabaco de barro y contando cuentos,
no son de nadie, sólo del viento.

Un payaso me advirtió
del aviso urgente y pretendiente,
era el momento de volver.

Me tuve que marchar
de vuelta a la ciudad.

Las ranas y los bichos que jugaban en el fango
nadaban despacito por la orilla de los charcos.
La luna en el jardín nunca está sola,
jugaba con las estrellas agarrada a su cola.

Los hilos de la suerte están cansados de perderse,
el jardín de violetas son hormigas con cometa
donde suena alegre una guitarra
que la toca mi compare y se dedica a perfumarla.

El viaje se acabó y he regresado a la vida
donde duelen las heridas.

Pero sé que hay un jardín
donde viven todos mis compares
con canciones para ti.

De Tuin

Dit is het verhaal van een tuin
die groeide voor een wolk,
alle beestjes gaan daarheen.

Wanneer het regent en de zon schijnt,
van de struiken naar de poel,
is er een regenboog van kleur.

Elke dag droomden ze van een nieuw lied,
ze zongen dat hun leven op aarde geen waarde had.

Achter de tak lacht de beer,
nu is hij veel gelukkiger dan voorheen,
hij loopt op blote voeten en verveelt zich niet
om de blauwe lucht
te zien stralen en stralen.

De kikkers en de beestjes die in de modder speelden
zwommen langzaam langs de rand van de plassen.
De maan in de tuin is nooit alleen,
ze speelde met de sterren vast aan haar staart.

De draden van het geluk zijn moe om te verdwalen,
de tuin van viooltjes zijn mieren met een vlieger
waar vrolijk een gitaar klinkt
die mijn maat speelt en zich toelegt op het parfumeren.

Er zijn geen slangen in de tuin,
alle kamelen zijn naakt
met appels voor jou.

Een antwoord zul je vinden
in de wortels van de paddenstoelen,
alle kabouters wonen daar.

Rookend van klei tabak en verhalen vertellend,
ze zijn van niemand, alleen van de wind.

Een clown waarschuwde me
voor het dringende en uitdagende bericht,
het was tijd om terug te keren.

Ik moest vertrekken
terug naar de stad.

De kikkers en de beestjes die in de modder speelden
zwommen langzaam langs de rand van de plassen.
De maan in de tuin is nooit alleen,
ze speelde met de sterren vast aan haar staart.

De draden van het geluk zijn moe om te verdwalen,
de tuin van viooltjes zijn mieren met een vlieger
waar vrolijk een gitaar klinkt
die mijn maat speelt en zich toelegt op het parfumeren.

De reis is voorbij en ik ben teruggekeerd naar het leven
waar de wonden pijn doen.

Maar ik weet dat er een tuin is
waar al mijn maten wonen
met liedjes voor jou.