Sube a Nacer Conmigo Hermano
Sube a nacer conmigo hermano
Dame la mano desde la profunda zona
De tu dolor diseminado.
No volverás...del fondo de las rocas.
No volverás...del tiempo subterráneo.
No volverá... tu voz endurecida.
No volverán... tus ojos taladrados.
Sube a nacer conmigo hermano...
Mirame desde el fondo de la tierra,
Labrador, tejedor, pastor callado
Domador de guanacos tutelares,
Albañil del andamio desafiado.
Aguador de las lágrimas andinas,
Joyero de los dedos machacados,
Agricultor temblando en la semilla,
Alfarero en tu greda derramado.
Traed a la copa de esta nueva vida
Vuestros viejos dolores enterrados.
Sube a nacer conmigo hermano...
Mostradme vuestra sangre y vuestro surco,
Decidme: "...aquí fui castigado!..."
Porque la joya no brilló o la tierra
No entregó a tiempo la piedra o el grano.
Señaladme la piedra en que caiste
Y la madera en que os crucificaron,
Encendedme los viejos pedernales,
Las viejas lámparas, los látigos pegados,
A través de los siglos en las llagas,
Y las hachas de brillo ensangrentado.
Yo vengo a hablar por vuestra boca muerta...
Contadme todo, cadena a cadena,
Eslabón a eslabón, paso a paso
Afilad los cuchillos que guardasteis.
Ponedlos en mi pecho y en mi mano
Como un rio de rayos amarillos,
Como un rio de tigres enterrados,
Y dejadme llorar,
Horas, días, años,
Edades ciegas, siglos estelares.
Kom Terug Tot Leven Met Mij Broer
Kom terug tot leven met mij, broer
Geef me je hand vanuit de diepe zone
Van jouw verspreide pijn.
Je zult niet terugkomen... uit de diepte van de rotsen.
Je zult niet terugkomen... uit de ondergrondse tijd.
Je stem zal niet terugkomen... verhard en stil.
Je ogen zullen niet terugkomen... doorboord en leeg.
Kom terug tot leven met mij, broer...
Kijk naar me vanuit de diepte van de aarde,
Boer, wever, stille herder,
Temmer van beschermende guanaco's,
Metselaar van de uitdagende steiger.
Waterdrager van de Andese tranen,
Juwelier van de verkrampte vingers,
Boer die trilt bij het zaad,
Pottenbakker in je uitgestorte klei.
Breng naar de beker van dit nieuwe leven
Jullie oude, begraven pijn.
Kom terug tot leven met mij, broer...
Toon me jullie bloed en jullie spoor,
Zeg me: "...hier werd ik gestraft!..."
Omdat de juweel niet schitterde of de aarde
De steen of het graan niet op tijd gaf.
Wijs me de steen aan waarop je viel
En het hout waarop jullie gekruisigd werden,
Steek de oude vuurstenen aan,
De oude lampen, de vastgeplakte zwepen,
Door de eeuwen heen in de wonden,
En de bijlen met bloedige glans.
Ik kom om te spreken met jullie dode mond...
Vertel me alles, schakel voor schakel,
Schakel voor schakel, stap voor stap
Scherp de messen die jullie bewaarden.
Leg ze op mijn borst en in mijn hand
Als een rivier van gele bliksems,
Als een rivier van begraven tijgers,
En laat me huilen,
Uren, dagen, jaren,
Blinde tijden, sterren eeuwen.