Quemado
¿Quién es el que gana?
¿Quién es el que pierde?
¿En qué lugar estoy yo
Si ganar no me convence?
¿En qué se puede creer
Si no es una mariposa
Si no es un clavo en la sien
O tu belleza tramposa?
Yo quiero escuchar la espuma
Y el áspero: ¡Jo!
De la caña
Hundiéndose en la arena
Que no haya angustia en la muerte
Que haya pensamiento en vida
Si no existe la memoria
Todo lo nuestro es suicida
Playas infinitas me esperan
Llevaré algo de tanza
Llevaré unos anzuelos
Un abrigo y una caña
Veo náufragos en alcohol
Y mujeres inalcanzables
¿A quién castigarán hoy
En lugar de los culpables?
Cuando el último anzuelo se pierda
Y, de comer, no haya nada
Me cubriré con mi abrigo
Y seré yo la carnada
Y los peces que necesite
Vendrán a mí
Antes de que despierte
Sé que vendrán a mí
Solo un cuarto en la ciudad
Y la caña hundiéndose al andar
Solo un cuarto en la ciudad
Y la caña hundiéndose al andar, nomás
Mi abrigo llora en harapos
Nena, voy a echarlo al mar
Mi caña se hizo pedazos
Y ya extraño su cantar
Mi cuerpo no da más pasos
Lo dejaré descansar
Los peces que me necesiten
Vendrán subidos al mar
Y saltarán sobre mí
Sin culpa y sin enojo
Solo con algo de temor
Brillándoles en los ojos
De que otra vez despierte
Otra vez despierte
Otra vez despierte
Otra vez despierte
Solo un cuarto en la ciudad
Y la caña hundiéndose al andar
Solo un cuarto en la ciudad
Y la caña hundiéndose al andar, nomás
Verbrand
Wie is de winnaar?
Wie is de verliezer?
Waar ben ik nu
Als winnen me niet overtuigt?
Waar kan je in geloven
Als het geen vlinder is
Als het geen spijker in je slaap is
Of jouw bedrieglijke schoonheid?
Ik wil het schuim horen
En het ruwe: Jo!
Van de hengel
Die zakt in het zand
Dat er geen angst is in de dood
Dat er gedachten zijn in het leven
Als er geen herinnering is
Is alles wat van ons is zelfmoord
Oneindige stranden wachten op me
Ik neem wat lijn mee
Ik neem wat haken mee
Een jas en een hengel
Ik zie schipbreukelingen in alcohol
En onbereikbare vrouwen
Wie zullen ze vandaag straffen
In plaats van de schuldigen?
Wanneer de laatste haak verloren is
En er niets te eten is
Zal ik me bedekken met mijn jas
En zal ik de aas zijn
En de vissen die ik nodig heb
Zullen naar me toe komen
Voordat ik ontwaak
Weet ik dat ze naar me toe komen
Slechts een kamer in de stad
En de hengel zakt terwijl ik loop
Slechts een kamer in de stad
En de hengel zakt terwijl ik loop, gewoon
Mijn jas huilt in vodden
Schat, ik ga het in de zee gooien
Mijn hengel is in stukken
En ik mis zijn gezang al
Mijn lichaam kan niet meer lopen
Ik laat het rusten
De vissen die me nodig hebben
Zullen komen, omhoog uit de zee
En ze zullen over me springen
Zonder schuld en zonder woede
Slechts met een beetje angst
Die in hun ogen schittert
Dat ik weer ontwaak
Weer ontwaak
Weer ontwaak
Weer ontwaak
Slechts een kamer in de stad
En de hengel zakt terwijl ik loop
Slechts een kamer in de stad
En de hengel zakt terwijl ik loop, gewoon
Escrita por: Daniel Fernández, Andrés Ciro Martinez, Daniel Oscar Buira, Miguel Angel Rodriguez, Gustavo Kupinski