Libiamo Ne'lieti Calici
Libiamo, libiamo ne'lieti calici che la belleza infiora
E la fuggevol fuggevol ora s'inebrii a voluttà
Libiamo ne'dolci fremiti
Che suscita l'amore
Poiché quell'ochio al core
Omnipotente va
Libiamo, amore, amore fra i calici
Più caldi baci avrà
Tra voi, tra voi saprò dividere il tempo mio giocondo
Tutto è follia, follia nel mondo ciò
Che non è piacer
Godiam, fugace e rápido
E'il gaudio dell'amore
E'un fior che nasce e muore
Ne più si può goder
Godiam, c'invita, c'invita un fervido accento lusighier
(Godiamo, la tazza e il cantico la notte abbella e il riso, in questo paradiso ne sopra)
La vita è nel tripudio
Quando non s'ami ancora
Nol dite a chi l'ignora
E' il mio destin così
Godiamo, la tazza e il cantico la notte abbella e il riso, in questo paradiso ne sopra il nuovo dì
Aaa, aah, ah né sopra il dì
Aah, aah, ah né sopra il dì
Aah, a ciel
Laten We Proosten
Laten we proosten, laten we proosten in de blije bekers
En de vluchtige, vluchtige momenten laten ons in extase zijn
Laten we genieten van de zoete rillingen
Die de liefde oproept
Want dat oog gaat naar het hart
Almachtig en onontkoombaar
Laten we proosten, liefde, liefde tussen de bekers
Zal de warmste kussen geven
Tussen jullie, tussen jullie zal ik mijn blije tijd delen
Alles is waanzin, waanzin in de wereld
Wat geen genot is
Laten we genieten, vluchtig en snel
Is de vreugde van de liefde
Is een bloem die bloeit en verwelkt
Die je niet langer kunt genieten
Laten we genieten, een vurige stem nodigt ons uit
(Laten we genieten, de beker en het lied maken de nacht mooi en de lach, in dit paradijs daarboven)
Het leven is in triomf
Wanneer je nog niet houdt van iemand
Zeg het niet tegen wie het niet weet
Het is zo mijn lot
Laten we genieten, de beker en het lied maken de nacht mooi en de lach, in dit paradijs daarboven de nieuwe dag
Aaa, aah, ah daarboven de dag
Aah, aah, ah daarboven de dag
Aah, a hemel