395px

Voor Wie Luiden de Klokken

Luis Alberto Posada

Por Quién Doblan Las Campanas

Cuando se oiga el tañir de las campanas
Nadie sabrá por quién están doblando
Todos preguntan, ¿quién ha muerto esta mañana?
Ninguno sabe por qué a diario mueren tantos

Al salir de la iglesia el cuerpo inerte
Se ve el triste dolor de la partida
Se oye el órgano entonando el miserere
Como un póstumo adiós de despedida

Corre la gente y se acerca apresurada
Para mirar quién la mortaja lleva adentro
Luego, se oye el exclamar horrorizada
¡Qué desgracia!, es nuestro amigo y cuándo ha muerto

Mares de lágrimas se ven a borbotones
Triste dolor invade a aquel cortejo
Con el llanto se empapan los crespones
De aquel que viaja con rumbo hacia lo eterno

La multitud aglomera el campo santo
Para brindar al que se va a un adiós postrero
Y aquel adiós se confunde con el llanto
Que desgarra al corazón del más ajeno

Cuando yace el cuerpo inerte allá en la losa
Pa'l infeliz no habrán más flores ni plegarias
Ya no habrán más que vejestorias rosas
Y una cruz entre malezas olvidada
Y una cruz entre malezas olvidada

Voor Wie Luiden de Klokken

Wanneer het geluid van de klokken klinkt
Weet niemand voor wie ze luiden
Iedereen vraagt, wie is er vanochtend gestorven?
Geen van allen weet waarom er dagelijks zoveel sterven

Bij het verlaten van de kerk het levenloze lichaam
Ziet men de treurige pijn van het vertrek
Men hoort het orgel het miserere spelen
Als een laatste afscheid van de dood

De mensen rennen en komen haastig dichterbij
Om te zien wie de lijkwade binnen draagt
Dan hoort men de schreeuw van afschuw
Wat een tragedie!, het is onze vriend, wanneer is hij gestorven?

Zeeën van tranen stromen overvloedig
Treurige pijn overspoelt die stoet
Met het huilen worden de rouwbanden doorweekt
Van degene die op weg is naar het eeuwige

De menigte verzamelt zich op de begraafplaats
Om de laatste groet aan de vertrekkende te brengen
En die laatste groet vermengt zich met het huilen
Dat het hart verscheurt van de meest onbekende

Wanneer het levenloze lichaam daar op de steen ligt
Voor de ongelukkige zullen er geen bloemen of gebeden meer zijn
Er zullen alleen maar verlepte rozen zijn
En een kruis tussen vergeten onkruid
En een kruis tussen vergeten onkruid

Escrita por: