Charlemos
¿Belgrano sesenta once?
Quisiera hablar con Renée...
¿No vive allí?... No, no corte...
¿Podría hablar con usted?
No cuelgue... La tarde es triste.
Me siento sentimental.
Renée ya sé que no existe...
Charlemos... Usted es igual...
Charlando soy feliz...
La vida es breve...
Soñemos en la gris
tarde que llueve.
Hablemos de un amor...
Seremos ella y él
y con su voz
mi angustia cruel
será más leve...
Charlemos, nada más.
Soy el cautivo
de un sueño tan fugaz
que ni lo vivo.
Charlemos, nada más,
que aquí, en mi corazón,
oyéndola siento latir
otra emoción...
¿Qué dice? ¿Tratar de vernos?
Sigamos con la ilusión...
Hablemos sin conocernos
corazón a corazón...
No puedo... No puedo verla...
Es doloroso, lo sé...
¡Cómo quisiera quererla!
Soy ciego... Perdóneme. . .
Laten we praten
Belgrano zesentien?
Ik zou graag met Renée praten...
Woont ze daar niet?... Nee, niet ophangen...
Mag ik met u praten?
Hang niet op... De middag is treurig.
Ik voel me sentimenteel.
Renée, ik weet dat ze niet bestaat...
Laten we praten... U bent hetzelfde...
Pratend ben ik gelukkig...
Het leven is kort...
Laten we dromen in de grijze
middag die regent.
Laten we het hebben over een liefde...
We zullen zij en hij zijn
en met uw stem
zal mijn wrede angst
lichter zijn...
Laten we praten, niet meer.
Ik ben de gevangene
van een droom zo vluchtig
dat ik hem niet leef.
Laten we praten, niet meer,
want hier, in mijn hart,
hoor ik het kloppen
van een andere emotie...
Wat zegt u? Proberen om elkaar te zien?
Laten we de illusie voortzetten...
Laten we praten zonder elkaar te kennen
hart tot hart...
Ik kan niet... Ik kan haar niet zien...
Het is pijnlijk, dat weet ik...
Hoe graag zou ik haar willen!
Ik ben blind... Vergeef me...