Diecinueve
Con viento del este hiciste una cama,
soplaste sobre ella para templarla.
y con el murmullo de tu voz de agua
me cantabas nanas sin letra.
y dormíamos tan juntos
que amanecíamos siameses.
y medíamos el tiempo en latidos.
y en tus dedos yo tocaba mis canciones,
dedos de teclas de celesta.
y tu pulso tamborileaba en mis sienes y muñecas
como diminutas patas de ciempiés.
y nos repartíamos los labios y los dientes y el hipo,
y del alfabeto, las impares.
y en tus dedos yo tocaba mis canciones,
dedos de teclas de celesta.
Negentien
Met oostenwind maakte je een bed,
blies je erop om het te temperen.
en met het gefluister van je waterstem
zong je me slaapliedjes zonder woorden.
we sliepen zo dicht bij elkaar
dat we als siamezen ontwaakten.
we maten de tijd in hartslagen.
en op jouw vingers speelde ik mijn liedjes,
vingers van celestatoetsen.
en jouw polsslag trommelde in mijn slapen en polsen
als kleine pootjes van een duizendpoot.
en we deelden de lippen en de tanden en de hik,
en van het alfabet, de oneven.
en op jouw vingers speelde ik mijn liedjes,
vingers van celestatoetsen.