395px

Voorgevoel

Malpais

Presagio

Huele a agua
monte adentro
y en el cielo braman
tambores de trueno.

Huele a agua,
decía mi abuelo,
garrotes de agua
golpean los cerros.

Y el viento se ha puesto negro
y sabe a miedo
y allá vuelan zopilotes
en torbellino sobre los techos
y se enredan las arañas en mi pelo.

Huele a agua...

Y el tiempo es un agujero
y sabe a pólvora,
se retuerce en el pellejo
de la desgracia la mala hora.
Huele a agua en el desierto
y a lo lejos...

Están los grandes animales
rompiendo la selva
tragándose los árboles.

Son los "garrobos llamarada",
mariposas negras
en el aire.

Cuidao mama, que allá vienen las bestias,
se acercan levantando polvo en el llano.
Cuidao mama, que vienen en manada,
las fieras terribles y hambrientas están aquí.
Cuidao mama, que allá vienen las bestias,
se acercan levantando polvo en el llano.
Cuidao mama, que vienen en manada
y a pesar de todo las ranas siguen cantando...

Huele a agua...

Y en la calle rondan máscaras
de carcajada,
me persiguen cinco muecas
y soy preso de una fábula.
Ha llovido, pero siempre en la distancia
huele a agua...

Voorgevoel

Het ruikt naar water
in het binnenland
en in de lucht donderen
de donderslagen.

Het ruikt naar water,
zei mijn opa,
stokken van water
gesellen de heuvels.

En de wind is zwart geworden
en smaakt naar angst
en daar vliegen gieren
in een wervelwind over de daken
en de spinnen verstrikken zich in mijn haar.

Het ruikt naar water...

En de tijd is een gat
en smaakt naar buskruit,
het kronkelt in de huid
de ellende van het slechte uur.
Het ruikt naar water in de woestijn
en in de verte...

Zijn de grote dieren
de jungle aan het verwoesten
en slikken ze de bomen door.

Het zijn de "vuurleguanen",
zwarte vlinders
in de lucht.

Pas op mama, daar komen de beesten,
ze komen dichterbij en tillen stof op in de vlakte.
Pas op mama, ze komen in een roedel,
de vreselijke en hongerige wilde dieren zijn hier.
Pas op mama, daar komen de beesten,
ze komen dichterbij en tillen stof op in de vlakte.
Pas op mama, ze komen in een roedel
en ondanks alles blijven de kikkers zingen...

Het ruikt naar water...

En op straat zwerven maskers
van gelach,
vijf grimasen achtervolgen me
en ik ben gevangen in een fabel.
Het heeft geregend, maar altijd op afstand
ruikt het naar water...