Sin Llaves
La vida que espero y esperaré
A la sombra en el oasis que me inventé.
Como el sabio en las cumbres del saber,
Soy alga en el mar de la calma;
Soy tabla de mi propia salvación.
Me quiero y me protejo de mi misma voz.
Llévame, con mi corazón yo suelo hablar,
Donde reine un tibio sol
A la luz de una espiga donde calentar
Mis pies descalzos,
O quizá donde andar.
Quien duda no espera
Remanso en el agua fiera.
Qué pienso, si siento,
Anhelos del sentimiento.
Mi risa, mi tiempo,
Que crezcan ansiosos por enamorar.
Llévame, con mi corazón yo suelo ir,
Al lugar donde nací
A buscar caracolas al fondo del mar
Que inunden mi paladar.
Despliego mis velas que hay que partir,
Ahora canta el jilgero junto al rosal.
El alma remonta, quiere volar,
Hoy es un gavilán en celo.
Candiles de aceite habrá que encender,
Pintores holandeses mis manos mancharán.
En este altar antiguo que levanté
A lo alto de mis horas quiero subir,
Como polen nuevo me quiero esparcir
En total abandono.
Candiles de aceite habrá que encender
Sin llaves, a las puertas del instante estoy.
Zonder Sleutels
Het leven dat ik hoop en zal hopen
In de schaduw van de oase die ik heb verzonnen.
Als de wijze op de toppen van de kennis,
Ben ik algen in de zee van de rust;
Ik ben het hout van mijn eigen redding.
Ik hou van mezelf en bescherm mezelf tegen mijn eigen stem.
Neem me mee, met mijn hart spreek ik vaak,
Waar een warme zon heerst
Bij het licht van een aar om te verwarmen
Mijn blote voeten,
Of misschien om te wandelen.
Wie twijfelt, wacht niet
Op een rustpunt in het woeste water.
Wat denk ik, als ik voel,
Verlangens van het gevoel.
Mijn lach, mijn tijd,
Laat ze vol verlangen groeien om te veroveren.
Neem me mee, met mijn hart ga ik vaak,
Naar de plek waar ik ben geboren
Om schelpen te zoeken op de bodem van de zee
Die mijn smaakpapillen overspoelen.
Ik zet mijn zeilen uit, het is tijd om te vertrekken,
Nu zingt de nachtegaal naast de rozenstruik.
De ziel stijgt op, wil vliegen,
Vandaag is het een havik in de paartijd.
Olie lampen moeten aangestoken worden,
Nederlandse schilders zullen mijn handen bevlekken.
Op dit oude altaar dat ik heb opgericht
Wil ik omhoog stijgen in mijn uren,
Als nieuw pollen wil ik me verspreiden
In totale overgave.
Olie lampen moeten aangestoken worden
Zonder sleutels, sta ik voor de deuren van het moment.