Un Rey y Un Diez
Temprano el mismo organillo
En la entrada del callejón
Hizo volar la canción
Que en invierno nos despertó
Y al escucharla di vuelta
La página treinta y dos
Del libro donde pusiste
Los pétalos de una flor
Y cuando los vi
Algo brilló
Algo de ti, que había olvidado
De noche el viento que sopla
Escondido en el corredor
Hizo volar unos naipes
Que había en el velador
Y al ordenarlos de nuevo
Y dejarlos junto al reloj
Aparecieron los signos
Que el tiempo ha guardado
Y vi un corazón
Un rey y un diez
Y me acordé
De esta historia de amor
Een Koning en een Tien
Vroeg in de ochtend het zelfde orgeltje
Bij de ingang van de steeg
Liet de melodie weerklinken
Die ons in de winter wekte
En toen ik het hoorde, sloeg ik om
De pagina tweeëndertig om
Van het boek waar je legde
De bloemblaadjes van een bloem
En toen ik ze zag
Scheen er iets
Iets van jou, dat ik was vergeten
's Nachts de wind die waait
Verborgen in de gang
Liet wat kaarten vliegen
Die op de tafel lagen
En toen ik ze weer ordende
En ze naast de klok legde
Verscheen het teken
Dat de tijd had bewaard
En ik zag een hart
Een koning en een tien
En ik herinnerde me
Dit liefdesverhaal