395px

Het Niets

Marco Masini

Il niente

Mi alzo ma è meglio se torno a dormire
mi metto a studiare ma senza capire
col vuoto che avanza e ti stritola il viso
un Dio che ti scaccia dal suo Paradiso
non vado neanche a cercarmi un lavoro
a fare i concorsi e poi vincono loro
è tutto veloce violento incosciente
ci provo a capire e mi perdo nel niente.
Il niente il niente il niente.
Mi alzo e d'intorno è una tabula rasa
di amici di affetti e mi barrico in casa
invece mio padre da bravo ragazzo
ci crede davvero a una vita del cazzo
ormai non parliamo e non stiamo più insieme
ma lui ci riesce a volermi anche bene
un bene invisibile che sembra assente
è un uomo capace di credere al niente.
Al niente al niente al niente.
Mi alzo davvero una volta per tutte
da un letto di cose già viste e già dette
e prendo il passato il futuro il presente
li butto in un buco nel buco del niente...
e incontro mia madre che è un anno che è morta
col solito grande sorriso dolente
mi dice ti passa mi dice sopporta
bisogna imparare ad amare anche il niente.
Il niente il niente il niente.
Mi alzo da questo lenzuolo di sale
sei tu nel deserto la mia cattedrale
e pure da tempo ben poco ci unisce
e i nostri segreti diventano angosce
si annaspa nel letto ma siamo lontani
abbiamo di tutto ci manca il domani
e per la paura si viene si mente
ma il sesso da solo è l'amore del niente.
Il niente il niente il niente.
Ci aspetta una guerra di fame e macerie
la terra che sputa le nostre miserie
e in mezzo al rumore di feste violente
c'è sempre qualcuno che canta il niente...
eppure c'è ancora qualcosa che vale
la voglia di andare incontro alla gente
la vita è un ragazzo che urla il giornale
invece il silenzio è la voce del niente.
Il niente il niente il niente.
Il niente il niente il niente.

Het Niets

Ik sta op maar het is beter als ik weer ga slapen
ik begin met studeren maar zonder te begrijpen
met de leegte die voortschrijdt en je gezicht verstrengt
een God die je uit zijn Paradijs verstoot
ik ga zelfs niet op zoek naar een baan
op concoursen te doen en dan winnen zij
dat alles is snel, gewelddadig, roekeloos
ik doe mijn best om te begrijpen en verdwijn in het niets.
Het niets, het niets, het niets.
Ik sta op en rondom mij is het een schone lei
van vrienden, van warmte en ik barricade me thuis
maar mijn vader, als een goed jongen
gelooft echt in een leven vol ellende
hij spreekt niet meer en we zijn niet samen
maar hij lukt het om ook om me te geven
een onzichtbare liefde die afwezig lijkt
het is een man die in het niets kan geloven.
In het niets, het niets, het niets.
Ik sta echt op, eindelijk voor goed
vanaf een bed van dingen al gezien en al gezegd
en neem het verleden, de toekomst, het heden
ik gooi ze in een gat in het gat van het niets...
en ik ontmoet mijn moeder die een jaar geleden is overleden
met dezelfde grote pijnlijke lach
ze zegt me het gaat over, ze zegt je moet volhouden
je moet leren ook het niets te waarderen.
Het niets, het niets, het niets.
Ik sta op uit dit zout bed
jij bent in de woestijn mijn kathedraal
en ook al verbindt er ons al weinig
worden onze geheimen angsten
we spartelen in bed maar we zijn ver weg
we hebben alles, we missen de morgen
en uit angst komt men, men liegt
maar seks alleen is de liefde van het niets.
Het niets, het niets, het niets.
Een hongersnood en puin oorlog wacht op ons
de aarde spuugt onze ellende
en te midden van het lawaai van gewelddadige feesten
zingt er altijd iemand het niets...
toch is er nog iets dat het waard is
de drang om naar de mensen toe te gaan
het leven is een jongen die de krant schreeuwt
terwijl de stilte de stem van het niets is.
Het niets, het niets, het niets.
Het niets, het niets, het niets.

Escrita por: