Como El Viento de Poniente
De niño no me gustaban los libros ni las sotanas
si salir en procesión,
eran tan desobediente como el viento de poniente,
revoltoso y juguetón,
en vez de mirar pal cielo
me puse a medir el suelo que me tocaba de andar,
y nunca seguí el rebaño,
porque ni el pastor ni el amo eran gente de fiar,
como aquel que calla, otorga,
y aunque la ignorancia es sorda,
pude levantar la voz,
más fuerte que los ladríos de los perros consentíos
y que la voz del pastor.
empecé haciendo carreras
por atajos y veredas muy estrechas para mí,
y decían mis vecinos
que llevaba mal camino apartado del redil,
siempre fui esa oveja negra
que supo esquivar las piedras que le tiraban a dar,
y entre más pasan los años
más me aparto del rebaño porque no sé a donde va.
Als de Westwind
Als kind hield ik niet van boeken of van gewaden
om in processies te gaan,
ze waren zo ongehoorzaam als de westwind,
opstandig en speels,
in plaats van naar de lucht te kijken
begon ik de grond te meten waar ik op moest lopen,
en ik volgde nooit de kudde,
want noch de herder noch de baas waren te vertrouwen,
zoals degene die zwijgt, instemt,
en hoewel onwetendheid doof is,
konn ik mijn stem verheffen,
sterker dan het geblaf van de verwende honden
en de stem van de herder.
ik begon met rennen
langs smalle paadjes en steegjes voor mij,
en mijn buren zeiden
dat ik een verkeerd pad volgde, ver van de stal,
ik was altijd dat zwarte schaap
dat de stenen wist te ontwijken die naar me gegooid werden,
en hoe meer de jaren verstrijken,
hoe verder ik van de kudde raak, omdat ik niet weet waar die heen gaat.