395px

Het Spintol

Marea

La Rueca

Compadre, se cansó la mula de la noria
y el espejito de sentirse tan opaco,
el lapicero de comerse las historias,
el calabobos de las nubes de tabaco,
y al bufón se le tuerce la risa con cada amuleto,
se cansó de esperar a su sueño despierto,

¿mi sueño donde está?, durmiendo la tajá,
que se ha pinchado con la rueca en el baño de un bar,
que no es titiritero, ni perro cortijero,
ni la cigarra ni la hormiga le han dejado entrar,
lo mando pa lo oscuro y ya le pueden dar
bien por el culo a los fantasmas de la soledad,
me bastan cuarenta duros de felicidad.

La boca se cansó de lengua de madera,
los peces viejos de desenredar anzuelos,
cada petacho de tapar besos a ciegas,
los trasquilones de dormirse entre tu pelo,
y los charcos se aburren de dar puñaladas al cielo,
las mañanas de hablarnos con el papo lleno,

¿mi sueño donde está?, durmiendo la tajá,
que se ha pinchado con la rueca en el baño de un bar,
que no es titiritero, ni perro cortijero,
ni la cigarra ni la hormiga le han dejado entrar,
lo mando pa lo oscuro y ya le pueden dar
bien por el culo a los fantasmas de la soledad,
me bastan cuarenta duros de felicidad.

Y si me canso de vender los perdigones
te cuento las pecas, reparto manteca y colchones
A los mesías que vienen a ver
como me canso de embestir los corazones,
Y cada plazuela me cambia la piel por cartones,
que me cambian la cara a su vez.

¿mi sueño donde está?, durmiendo la tajá,
que se ha pinchado con la rueca en el baño de un bar,
que no es titiritero, ni perro cortijero,
ni la cigarra ni la hormiga le han dejado entrar,
lo mando pa lo oscuro y ya le pueden dar
bien por el culo a los fantasmas de la soledad,
me bastan cuarenta duros de felicidad.

Het Spintol

Compadre, de muilezel is moe van de put
en de spiegel is moe om zo dof te zijn,
de pen is moe van het opeten van verhalen,
de domme is moe van de tabakswolken,
en de nar zijn lach verdraait met elk amulet,
deed moe van het wachten op zijn wakkere droom,

waar is mijn droom?, slapend in de kroeg,
die zich heeft verwond aan het spinnewiel in het toilet,
die is geen marionettenspeler, geen boerderijhond,
geen cicade of mier heeft hem binnen gelaten,
ik stuur hem naar de duisternis en ze kunnen hem
lekker de kont geven van de spoken van eenzaamheid,
veertig duiten geluk zijn genoeg voor mij.

De mond is moe van de houten tong,
de oude vissen van het ontwarren van haken,
ieder stukje om blinde kussen te verstoppen,
de knipbeurten van in jouw haar in slaap vallen,
en de plassen vervelen zich van het steken naar de lucht,
de ochtenden van met elkaar praten met een volle buik,

waar is mijn droom?, slapend in de kroeg,
die zich heeft verwond aan het spinnewiel in het toilet,
die is geen marionettenspeler, geen boerderijhond,
geen cicade of mier heeft hem binnen gelaten,
ik stuur hem naar de duisternis en ze kunnen hem
lekker de kont geven van de spoken van eenzaamheid,
veertig duiten geluk zijn genoeg voor mij.

En als ik moe ben van het verkopen van de kogels,
vertel ik je de sproeten, deel ik vet en matrassen
aan de messias die komen kijken
hoe ik moe ben van het aanvallen van harten,
en elke pleintje verandert mijn huid in karton,
die op hun beurt mijn gezicht veranderen.

waar is mijn droom?, slapend in de kroeg,
die zich heeft verwond aan het spinnewiel in het toilet,
die is geen marionettenspeler, geen boerderijhond,
geen cicade of mier heeft hem binnen gelaten,
ik stuur hem naar de duisternis en ze kunnen hem
lekker de kont geven van de spoken van eenzaamheid,
veertig duiten geluk zijn genoeg voor mij.

Escrita por: Marea