Jindama
Cinco esquinitas tendrá siempre mi cama
Cuatro macarras, de barrio me la guardan
Y la custodian a punta de bardeo
Y cuando estoy de bostezar
Salen los bichos y los nichos piden más
Entre los gritos de ¡Soltad a Barrabás!
Mientras fallece Morfeo y se levanta el deseo
Háblame, madre, ¿por qué tengo jindama
Si los bandidos cuidan de la camada
Y harán que caiga maná de sus cabellos?
Que en tu regazo quiero hallar
Un calabozo que me sepa a libertad
Para, con ella, ser la envidia del penal
Con los barrotes más bellos
Con los más bellos
He florecido con tanto ruido
Que el trueno me habita la piel
La ciencia, llegó de Plasencia y de Carabanchel
Hijo del hambre, enfebrecido
Jamás dejaré de perder
Si quieres perderte conmigo
Duérmete, niño, que son afiladores
Los que te silban y anuncian los albores
De los caminos de dagas y puñales
En donde habrás de tropezar
Porque quisiste acariciar a Satanás
Encandilado por su aliento
Y el manjar que te mitigue los males
Todos los males
He florecido con tanto ruido
Que el trueno me habita la piel
La ciencia, llegó de Plasencia y de Carabanchel
Hijo del hambre, enfebrecido
Jamás dejaré de perder
Si quieres perderte conmigo
Jindama
Vijf hoekjes heeft altijd mijn bed
Vier straatschoffies, uit de buurt houden het in de gaten
En bewaken het met hun gebral
En als ik ga gapen
Komen de beestjes en de hoekjes vragen om meer
Tussen de schreeuwen van 'Laat Barrabás vrij!'
Terwijl Morfeo sterft en de verlangens opstaan
Praat met me, moeder, waarom heb ik jindama
Als de bandieten voor de kleintjes zorgen
En ervoor zorgen dat er maná uit hun haren valt?
Want in jouw schoot wil ik vinden
Een kerker die naar vrijheid smaakt
Om, met haar, de jaloezie van de gevangenis te zijn
Met de mooiste tralies
Met de mooiste
Ik ben tot bloei gekomen met zoveel lawaai
Dat de donder mijn huid bewoont
De wetenschap, kwam uit Plasencia en Carabanchel
Zoon van de honger, koortsig
Zal nooit stoppen met verliezen
Als je je met mij wilt verliezen
Slaap maar, kind, het zijn slijpers
Die je toefluisteren en de dageraad aankondigen
Van de paden van dolken en messen
Waar je zult struikelen
Omdat je Satan wilde aaien
Verblind door zijn adem
En het lekkers dat je de kwalen verlicht
Alle kwalen
Ik ben tot bloei gekomen met zoveel lawaai
Dat de donder mijn huid bewoont
De wetenschap, kwam uit Plasencia en Carabanchel
Zoon van de honger, koortsig
Zal nooit stoppen met verliezen
Als je je met mij wilt verliezen
Escrita por: Alen Ayerdi Duque / Cesar Ramallo Sanchez / David Diaz Urtasun / Eduardo Beaumont Ezkurra / Jose Carlos Romero Lorente