Amarraditos
Vamos amarraditos los dos
Espumas y terciopelo
Yo con un recrujir de almidón
Y tú, serio y altanero
La gente nos mira con envidia por la calle
Murmuran los vecinos
Los amigos y el alcalde
Dicen que no se estila ya más
Ni mi peinetón, ni mi pasador
Dicen que no se estila, no, no
Ni mi medallón ni tu cinturón
Yo sé que se estilan
Tus ojazos y mi orgullo
Cuando voy de tu brazo
Por el sol y sin apuro
Nos espera nuestro cochero frente a la iglesia mayor
Y a trotecito lento, recorremos el paseo
Tú saludas tocando el ala de tu sombrero mejor
Y yo agito con donaire mi pañuelo
No se estila, ya sé que no se estila
Que te pongas para cenar
Jazmines en el ojal
Desde luego parece un juego
Pero no hay nada mejor
Que ser un señor de aquellos
Que vieron mis abuelos
Nos espera nuestro cochero
Frente a la iglesia mayor
Y a trotecito lento recorremos el paseo
Tú saludas tocando el ala de tu sombrero mejor
Y yo agito con donaire mi pañuelo
No se estila, ya sé que no se estila
Que te pongas para cenar
Jazmines en el ojal
Desde luego parece un juego
Pero no hay nada mejor
Que ser un señor de aquellos
Que vieron mis abuelos
Vastgebonden
Laten we vastgebonden gaan, met z'n tweeën
Schuim en fluweel
Ik met een kreuk van zetmeel
En jij, serieus en trots
De mensen kijken ons jaloers aan op straat
De buren fluisteren
De vrienden en de burgemeester
Zeggen dat het niet meer in de mode is
Noch mijn haarspeld, noch mijn haarband
Ze zeggen dat het niet in de mode is, nee, nee
Noch mijn medaillon, noch jouw riem
Ik weet dat ze in de mode zijn
Jouw grote ogen en mijn trots
Wanneer ik aan jouw arm loop
In de zon en zonder haast
Onze koetsier wacht op ons voor de grote kerk
En in een langzaam drafje, lopen we over de boulevard
Jij groet door de rand van je mooiste hoed aan te raken
En ik zwaai elegant met mijn zakdoek
Het is niet in de mode, ik weet dat het niet in de mode is
Dat je voor het diner
Jasmijnen in je revers draagt
Het lijkt zeker een spel
Maar er is niets beter
Dan een heer te zijn van diegenen
Die mijn grootouders hebben gezien
Onze koetsier wacht op ons
Voor de grote kerk
En in een langzaam drafje lopen we over de boulevard
Jij groet door de rand van je mooiste hoed aan te raken
En ik zwaai elegant met mijn zakdoek
Het is niet in de mode, ik weet dat het niet in de mode is
Dat je voor het diner
Jasmijnen in je revers draagt
Het lijkt zeker een spel
Maar er is niets beter
Dan een heer te zijn van diegenen
Die mijn grootouders hebben gezien