Tasco da Mouraria
Cresce a noite pelas ruas de Lisboa
E os meninos como eu foram dormir
Só eu fico com o sonho que já voa
Nesta estranha minha forma de sentir
Deixo o quarto com passinhos de menina
Num silêncio que respeita o mais sagrado
Quando o brilho dos meus olhos na cortina
Se deleitam ao ouvir cantar o fado
Meu amor, vai-te deitar, já é tarde
Diz meu pai sempre que vem perto de mim
Nesse misto de orgulho e de saudade
De quem sente um novo amor no meu jardim
E adormeço nos seus braços de guitarra
Doce embalo que renasce a cada dia
Esse sonho de cantar a madrugada
Que foi berço num tasco da Mouraria
Taverne van Mouraria
De nacht groeit in de straten van Lissabon
En de jongens zoals ik zijn gaan slapen
Alleen ik blijf met de droom die al vliegt
In deze vreemde manier van voelen van mij
Ik verlaat de kamer met meisjesstapjes
In een stilte die het heiligste respecteert
Wanneer de glans van mijn ogen in de gordijn
Zich verheugt bij het horen van het fado
Mijn lief, ga naar bed, het is al laat
Zegt mijn vader altijd als hij dichtbij me komt
In die mix van trots en heimwee
Van degene die een nieuwe liefde voelt in mijn tuin
En ik val in slaap in zijn armen van gitaar
Zoete wieg die elke dag weer opnieuw geboren wordt
Die droom om de dageraad te zingen
Die wiegde in een taverne van Mouraria